Snoeij, Snoeij & Snoeij

In november is Snoeij, Snoeij & Snoeij: 70 jaar in vele bedrijven verschenen. Dit boek verwoordt en verbeeldt de geschiedenis van dit familiebedrijf opgericht door Cees Snoeij in 1945. Het boek staat vol met foto’s, knipsels en anekdotes over het leven en werk van de familie en het is vooral een mooi eerbetoon aan Cees en zijn vrouw geworden.

Cees Snoeij (1922-2012) werkte veel voor televisie. Eerst als toneelmeester in Concertzaal Singer toen deze in gebruik werd genomen voor televisie-uitzendingen. Later als eigen baas van zijn technisch bureau Snoeij voor de NOS en de omroepverenigingen. Het ging dan meestal om technisch ingewikkelde klussen, vaak op locatie en bijna altijd was er spoed bij geboden. Bij Snoeij moest je zijn voor de klussen die buiten de mogelijkheden vielen aan wat de NOS als facilitair bedrijf kon leveren. Want de NOS was een professioneel en groot bedrijf, maar ook log, bureaucratisch en inflexibel. Zodoende werkten een aantal NOS decorontwerpers, met name Roland de Groot, Arnold Kroon en Hub Berkers graag samen met Cees en zijn zoons.

Roland de Groot ontwerpt graag technisch ingewikkelde decors, op het randje van wat haalbaar is. In 1970, als hij voor het eerst de opdracht krijgt het decor te ontwerpen voor het Eurovisie Songfestival, bedenkt hij een set met zes schil-vormige hangstukken en een aantal zilveren ballen die voor elk liedje in een andere stand gehangen dienen te worden. Zo heeft elk land zijn eigen achtergrond (zie hier een voorbeeld). De dag voor de opname knapt een van de draden en valt één schil kapot. Bij NOS Decor-uitvoering is het blijkbaar onmogelijk om op zo’n korte termijn, zo’n grote en risicovolle klus te doen. De Groot contacteert de firma Luhlf uit Amsterdam die in één nacht een nieuwe balk bouwt en opnieuw ophangt. Zijn decor is op het nippertje gered en bij de volgende Songfestival-decors schakelt De Groot van begin af aan ook Cees Snoeij in. Zo is Snoeij betrokken bij De Groot’s Eurovisie Songfestival decors van 1976, 1980 en 1984. Voor de laatste editie mechaniseert Snoeij de beweging van de hangstukken, die inmiddels aardig in aantal en omvang zijn toegenomen en ook nog lichtspots bevatten.

Decorontwerpers Arnold Kroon en Hub Berkers werken ook regelmatig met Snoeij & Snoeij voor grote shows en spelprogramma’s. Zo lees ik in het boek de indrukwekkende lijst decoronderdelen die Hub Berkers bij Snoeij & Snoeij bestelde voor Lee Towers Gala of the Year-shows in Ahoy: draaischijven, doeken, showtrappen, alles natuurlijk bewegend en heel erg groot. (Zie ook de decortekeningen van Hub Berkers hieronder). Voor spelshows als Stedenspel, Zeskamp, Spel zonder grenzen en De Sterrenshow zijn ook vaak bijzondere technische decoronderdelen en het beroemde scorebord van Snoeij nodig, maar vooral bij de spelletjes die de spelkandidaten in dit soort programma’s moeten doen, komen Cees Snoeij’s creatieve uitvindersgeest en praktisch inzicht van pas.

In het overzichtsboek zijn vele foto’s te zien van deze en meer televisieproducties waar Snoeij, Snoeij & Snoeij aan hebben gewerkt, ook van de opbouw en voorbereidingen in studio’s of in de werkplaats of tuin. Een aanrader voor (voormalig) televisiemedewerkers en andere geïnteresseerden. Het boek is te bestellen via de bekende webwinkels als Bol.com en Bruna.nl en is ook te verkrijgen in een aantal boekhandels in Laren.

Nog twee extraatjes naar aanleiding van het boek Snoeij, Snoeij & Snoeij

Misjel Vermeiren heeft afgelopen maanden hard gewerkt aan het digitaliseren van zijn archief met decorontwerpen. Één van die ontwerpen is voor spelprogramma Het Idee van de NCRV. In het programma worden uitvindingen en ideeën van kijkers voorgelegd aan een vast panel. Cees Snoeij is een van de panelleden. Er zijn acht afleveringen gemaakt die in voorjaar/zomer 1994 op de televisie zijn geweest. Deze tekening geeft maar één deel van het decor weer, de tekeningen van de publiekstribune en een set voor de opkomst van de kandidaten zijn er helaas niet niet.

Nog een andere vondst gerelateerd aan het boek over de familie Snoeij zijn foto’s bij een van de anekdotes over het Por Favor (TELEAC, 1983) decor van Roland de Groot. Ditmaal had hij bedacht dat niet het decor moest bewegen, maar de camera. Hij ontwierp een podium met daarop een grillig geometrische gevormde presentatie desk en enkele grote zetstukken. Alles was wit met gele schuine vlakken erop. Dat decor kon van meerdere kanten aangeschoten worden, maar een topshot – van boven het decor, recht naar beneden – onthulde dat de gele vlakken het programma-logo vormden. De NOS had voor dat topshot een stellage gebouwd, een technisch hoogstandje. En daarom kwam de NOS fotodienst langs om uitgebreid foto’s te maken (hieronder is er één te zien, voor meer zie deze link: in.beeldengeluid.nl). Helaas voor Roland en de NOS, hield de stellage het niet en verboog, zoals ook te lezen in het boek en te zien op de foto’s. Cees Snoeij werd daarop ingevlogen en redde de stellage en daarmee de uitzending.

 

Meer groente

Voedingsadviezen zijn van alle tijden. In het archief van Roland de Groot vind ik deze filmstills uit een animatiefilm van het productschap voor groente en fruit. De film is gemaakt bij Toonder Studio’s, waar De Groot dan als freelancer werkt, en vertoond op de landbouwtentoonstelling van 1961 in Rotterdam. Groenten en fruit hebben de hoofdrol en zo hoort het ook volgens de nieuwste schijf van vijf die het Voedingscentrum gisteren lanceerde.

Glorietijd van de spelshows

NTR geschiedenisprogramma Andere Tijden besteedt aankomende zaterdag de uitzending aan spelshows. Roland de Groot is een van de geïnterviewden, verder spraken de makers met Fred Oster (showmaster), Hans Peters (producent Sterrenshow), Maurice Koopman (VARA-televisiedirecteur), Cees den Daas (TROS-directeur) en Joop van den Ende (producent en studio-eigenaar 1-2-3- show). Op de site van Andere Tijden zijn nog aanvullende fragmenten, artikelen en foto’s te zien: De hoofdprijs… spelshows!

En hier een overzicht van decortekeningen en foto’s van de programma’s in kwestie die tijdens mijn onderzoek naar de voormalige decorafdeling zijn gedigitaliseerd. Indien bekend staan uitzenddata in de beschrijving.

De Willem Ruis Lotto show (VARA 1981-1984)
Decor: Hub Berkers

1-2-3 show (KRO 1983-1986)
Decor: Roland de Groot

Showbizzquiz (TROS 1978-1985)
Decor: Frank Rosen

(in het boek Vorm van vermaak abusievelijk toegeschreven aan Roland de Groot)

Showbizzquiz (TROS 1985)
Decor: Roland de Groot 

Sterrenshow (VARA 1984-1986)
Decor: Hub Berkers

 

Roland de Groot: ESF1984

Roland de Groot - Eurovisie Song Festival 1984

Roland de Groot – Eurovisie Song Festival 1984

Toen het Eurovisie Songfestival in 1984 in Luxemburg gehouden werd, waren er nog geen LED-lampjes, computergestuurde lasershows, drukgevoeligge LED-vloeren, videowalls van tientallen meters oppervlakte en LCD-glaswanden die met een druk op de knop van mat naar helder kunnen veranderen. Desalniettemin wist decorontwerper Roland de Groot (met assistent Dirk Debou) een spektaculair decor te ontwerpen.

Tijdens de introductiefilmpjes van de deelnemende landen werkten 26 (Nederlandse) mannen in de kap van het Théâtre Municipal de la Ville de Luxembourg aan de changementen. Ieder heeft een eigen set touwen en een lijst met de standen. Voor de kijker thuis was het telkens een verassing hoe de hangende decordelen, herschikt en in nieuwe belichting te voorschijn kwamen bij de start van een nieuw liedje. Hoewel er in een paar liedjes een hangstuk in beweging komt of de belichting reageert op de muziek, zijn de grote changementen niet in beeld en dat is best jammer.

Gelukkig is er op aanvraag van Roland de Groot ook gefilmd tijdens de repetities. Er zijn opnames vanuit de kap, waar de trekken, vele touwen en de mankracht in beeld komen (zie het filmpje hierboven) en er zijn opnames gemaakt van de changementen zoals deze vanuit de zaal te zien waren (hieronder). Het zijn repetitie-beelden dus het witte plastic op de vloer hoort er natuurlijk niet te liggen. Gelukkig hebben alle deelnemers wel al de juiste kleding aan en kunnen we in deze opname ook de fantastsche coördinatie tussen licht, vorm en kostuums bewonderen.

Met dank aan Roland de Groot die deze opnames bewaarde en digitaliseerde!

Herken je iemand? Reageer!

In memoriam Cor Hermeler

In de aankomende NRC weekendkrant staat een ‘in memoriam’ geschreven door Henk van Gelder (op de achterzijde van het eerste katern).

Tekening van Cor Hermeler nav terugtreden Biesiot als chef - eind 1979

Tekening van Cor Hermeler nav terugtreden Biesiot als chef – eind 1979

Freek Biesiot stuurde me bovenstaande tekening toe: “Cor Hermeler legde wel eens stilletjes een tekeningetje op je bureau, deze lag er ineens ik toen ik bekend had gemaakt afscheid te willen nemen als chef van de afdeling….. ”

Roland de Groot vond ook eens zo’n verrassing van Hermeler op zijn bureau. Een levensecht stilleven van potlood, slijper en slijpsel. De Groot liet het hem signeren en het hangt nu prachtig ingelijst in zijn atelier.

DSCF4807

Swiebertje

Bij Rinus Does thuis hangen een aantal decorschetsen voor Swiebertje. Twee prenten vertonen craquelé, maar de andere twee zijn in perfecte staat. De ontwerpen zijn niet gesigneerd, maar vermoedelijk zijn ze van Juliënn van der Erve. Via deze link kan je onderstaande schetsen vergelijken met de setfoto’s van het uitgevoerde decor: Gallery: Swiebertje.

Rinus Does begon in het decorcentrum aan de Kampstraat als werkvoorbereider, wat later Decor Productie Leider (DPL) zou gaan heten. In die hoedanigheid werkte hij onder meer mee aan Swiebertje. De taak van Rinus Does was het hele decor-productieproces in goed banen te leiden: de tekeningen verspreiden, ramingen maken, materialen bestellen, nacalculatie, aansturen van de uitvoerder en de verschillende vakgroepen, en later ook het opstellen van en onderhandelen over budgetten en contracten met vrije producenten zoals John de Mol. Does bewaarde bijvoorbeeld ook de productieschema’s en contracten voor De 100.000 gulden show en Ron’s Honeymoon quiz die beide in Aalsmeer opgenomen zijn in decors van Roland de Groot.

Sterrenshow, ontwerp Hub Berkers

Does heeft ook een stapeltje detailtekeningen en planningen voor shows uit de jaren tachtig, zoals de Sterrenshow (Hub Berkers), de Showbizzquiz (Richard Heidentrijk), Op naar de top show (Auk de Vries), de Lotto show (Guus van den Heuvel), Klassewerk (Johan Verhoog), Karel (Mia Schlosser), Strand cross (Arnold Kroon), In de hoofdrol (Peter Gabriëlse) en Kwistig met muziek (Jan P. Koenraads).

Naast programmamateriaal kon Rinus Does me ook interessante bedrijfsmatige documenten laten zien, onder andere het mede door hem ontwikkelde PRISMA project-informatiesysteem (1984), een functiebeschrijving van de nieuwe functie ‘estimator’ (1988), een overeenkomst tussen het NOB en de vakbonden over de grote ontslagronde van 1991 en een aantal marketingbrochures van het NOB. Deze en andere documenten over het decorproductieproces en de NOS/het NOB zijn een goede aanvulling op de bronnen over de geschiedenis van de Afdeling Decorontwerp en zal ik daarom binnenkort toevoegen aan de tijdlijn ’50 jaar tv-decor’.

Bewegend beeld: Tentoonstelling ‘Buiten beeld’ (1962)

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid plaatst regelmatig fragmenten uit het omvangrijke televisie-archief online. In het kader van dit onderzoeksproject gaan Beeld en Geluid en ik op zoek naar mooie en bijzondere fragmenten over de Hoofdafdelingen Ontwerp en Decorbouw.

Ik bracht al eerder twee filmpjes van Beeld en Geluid onder de aandacht waarin ondere andere Jan P. Koenraads in beeld kwam: een ‘achter de schermen’-bezoek van Polygoon aan het decorcentrum in 1975 en een verslag van een bezoek aan de Polygoon studio’s uit omstreeks 1950 (hier te zien).

Het volgende fragment wat ik onder de aandacht wil brengen, bestaat uit filminlassen van een reportage over de tentoonstelling ‘Buiten beeld’ in Apeldoorn. Deze opnames zijn gemaakt voor het NTS journaal van 22 april 1962. De opnames lijken ongemonteerd en helaas is het geluid niet bewaard. Ook Televizier deed uitgebreid verslag van de tentoonstelling en de opening, zodoende is veel bekend over de aanwezigen en de tentoongestelde werken.

De tentoonstelling kwam tot stand doordat Peter Zwart en B.S.C. van de Weerd, ambtenaar van kunstzaken bij de gemeente Apeldoorn goed bevriend waren. (Zwart bewaarde de een brief over de tentoonstelling van Van de Weerd aan Arie van den Dool over de financiële afspraken, deze brief is hier te lezen.) Zij maakten plannen voor een tentoonstelling met vrij werk van Zwart, maar die had niet genoeg werk om de tentoonstellingsruimte te vullen. Daarop nodigde hij ‘zijn’ groep ontwerpers uit. De negentien ontwerpers van de NTS Hoofdafdeling Ontwerp stuurden in totaal 84 werken in uit verschillende disciplines. Het vrije werk kwam te hangen en staan in de grote langwerpige zaal en in een kleiner, belendend kamertje waren televisie-ontwerpen te zien.

Jan van der Does tekende zijn zoon

Jan van der Does tekende zijn zoon

In dat kleine bijkamertje stonden onder meer een maquette voor een theater, gebruikt in het programma Bobbeltje en een kasteel uit Pipo de clown. Er zijn ook titelrollen, titelkaarten en vermoedelijk ook decorschetsen te zien geweest. Maar de meeste aandacht gaat in het Journaal-item en het Televizier-artikel uit naar het vrije werk: de kop van Beethoven door Peter Zwart, de snelle wagens van Cor Hermeler, ontdeugende tekeningen van Walter Schoorl, een spiritueel werk van Fokke Duetz, een portet van de zoon van Jan van der Does (wat nog steeds bij Van der Does thuis hangt), een wandecoratie van Peter Keesom, modeontwerpen van Willemien Reijinga en een plastiek van Hans Christiaan van Langeveld.

Het volledige Televizier-artikel is via deze link als PDF te lezen. (De datum boven het artikel klopt niet.) Screenshot from 2014-02-02 15:11:02

Zie ook Tentoonstelling Buiten beeld in de tijdlijn ’50 jaar tv-decor’.

Met dank aan de NOS voor het beschikbaar stellen van het fragment uit het NTS journaal en aan Beeld en Geluid voor het uploaden van de video.

Interview: Frans van der Aa, deel 1

Roy en ik spraken voor het boek Vorm van vermaak tientallen decorontwerpers, grafisch ontwerpers en andere mensen uit het vak. We hadden daar nog heel lang mee door kunnen gaan, maar erg moest ook een boek komen… Dus zijn er een hoop mensen die we niet of nauwelijks in het boek noemen. Gelukkig hebben we de website nog!

Vandaag het eerste deel van het verslag van de gesprekken die ik voerde met Frans van der Aa, die tussen 1975 en 1988 chef was van de Hoofdafdeling Ontwerp. Het boek vond zijn weg naar het kleine dorpje in Frankrijk waar hij sinds 2003 woont. Door een knieblessure was hij dit voorjaar aan huis gebonden en had hij de tijd om herinneringen aan zijn periode bij de NOS op te halen.

Het affiche is nog steeds in gebruik (en te bestellen in de webshop), Van der Aa : “mijn ontwerpen zijn niet erg flamboyant, maar wel solide.”

Frans van der Aa, geboren in 1939, volgde de opleiding bouwkunde aan de TH Delft. Daarna werkte hij vanaf 1966 als grafisch ontwerper bij studio HBM op de Leliegracht in Amsterdam. Van der Aa werkte daar onder andere aan de bekende campagne voor “Ooit een normaal mens ontmoet?” voor Stichting Pandora. Van der Aa kwam met het idee om de quote van Carmiggelt op zilver te drukken, het affiche wordt op deze manier een spiegel waardoor je je impliciet zelf afvraagt: ben ik zelf eigenlijk wel helemaal lekker? Het drukken van het affiche werd overigens een martelgang voor de drukker, herinnert Van der Aa: “de witte drukinkt pakte niet op het zilver, de letters vielen er telkens af.”

Hoe verzeilt Van der Aa van de snelle Amsterdamse reclamewereld in het Hilversumse omroepreservaat? Eind 1972 verschijnt in reclamevakblad Ariadne een paginagrote vacature voor een ‘chef Grafisch Ontwerp’. Hoewel de taakomschrijving wel in de smaak valt bij Van der Aa, staat het woordje ‘chef’ hem een beetje tegen. Gelukkig voor Van der Aa komen er op deze advertenties wel allemaal chef-types af. En juist dat type staat de ontwerpers tegen. Ze staan op gespannen voet met de hogere rangen binnen de NOS, als chef Jan van der Does de zaal van de decorontwerpers binnenloopt beginnen ze de Internationale te zingen. Op 31 mei 1973 plaats de NOS de vacature opnieuw, maar nu vraagt men om een “Energieke Vakgroepbegeleider”. Van der Aa reageert nu wel: “los van het feit dat ik mezelf wel energiek vond, klonk het deze keer wat minder autoritair en dat lag mij wel.”

Van der Aa bewaarde het kladje voor de sollicitatiebrief, nog geschreven op een kladblokje van HBM. De voorlaatste zin is eigenlijk een faux-pas in een sollicitatiebrief. Het ‘verschil van opvatting met de directie t.a.v. artistieke en maatschappelijke opstelling’ draait om de houding van Niek Hiemsta, één van de drie partners van het bureau. Van der Aa: “Hij wilde dat de studio ook ’s nachts beschikbaar was, als een reclameman dan ’s nachts een inval had, dan konden wij hem direct bijstaan. Een belachelijk idee. Hiemstra probeerde de medewerkers stuk voor stuk om te praten in de kroeg aan de overkant. Ik verbood de mensen van mijn team om aan hem toe te geven.” Voor de grafici bij de NOS, zelf in conflict met hun leiding, heeft die anti-autoritaire houding natuurlijk een grote aantrekkingskracht.

Hoewel de vacaturetekst van mei 1973 vraag om een “spoedige indiensttreding” duurt het bijna een jaar voordat de NOS Van der Aa aanneemt. “Ik kreeg in juni keurig een postkaart dat mijn brief ontvangen was. Daarna hoorde ik niets meer. In september belde de personeelschef en vroeg narrig ‘of ik nog interesse had’. Mijn brief had al die tijd gewoon in zijn la gelegen terwijl hij op vakantie was. Dat soort dingen waren vrij normaal; voor de personeelschef was het ondenkbaar dat iemand anders zijn verschrikkelijk belangrijke taken over zou nemen. Zo bewees hij dat hij onmisbaar was. Dilettantisme vierde hoogtij bij de NOS en dit soort rare toestanden bleven onbestraft.”

Zelfportret Gerard Vermue, begin jaren zeventig. Vermue tijdens een gesprek met zijn aankomend chef: “als ik dat kon dan kwam ik hier niet”

Van der Aa is de enige overgebleven kandidaat voor de functie, desondanks gaat de NOS niet over één nacht ijs. Van der Aa: “Het duurde allemaal heel erg lang, ik heb ongeveer negen gesprekken gehad. Één van de gesprekken was met een groep ontwerpers. Gerard Vermue was daar één van. Hij bekeek mijn portfolio en zei: ‘als ik dat kon dan kwam ik hier niet’. Een ironisch, maar aardig bedoelde opmerking: je bent gek als je hier komt werken. In maart 1974 begon ik eindelijk als chef van de afdeling grafisch ontwerp.” Van der Does, de man waar de ontwerpers mee overhoop liggen, zit ook bij één van die gesprekken, maar als Van der Aa in dienst treedt, is Van der Does vertrokken. De decorontwerpers kiezen collega Freek Biesiot als hun nieuwe vakgroepleider, maar Van der Does was tevens chef hoofdafdeling Ontwerp. Van der Aa neemt daarom samen met decorontwerper Dorus van der Linden die functie over. Daaronder vallen naast decorontwerp en grafisch ontwerp ook de maquette afdeling en de kostuumontwerper van de NOS.

De NOS, in het bijzonder de televietak, is in 1974 nog steeds niet helemaal volwassen. Dat is niet alleen te merken aan de leiding (vaak waren het de wat mindere broeders bij de radio die op televisie gezet werden), maar ook aan de huisvesting. In 1961 is gestart met het bouwen van het huidige mediapark in Hilversum. In 1967 zijn de eerste twee studio’s en een hal voor decorbouw af, maar de ruimte waar de grafische afdeling zal komen, is er in 1974 nog niet. De grafische afdeling huisde eerst in Bussum en vond daarna tijdelijk onderdak in de buurt van de nieuwe studio’s, in een vleugel op de begane grond van het TROS-gebouw op de Lage Naarderweg.

Van der Aa: “Het was juli 1974, ik was er dus nog maar nét. Ik loop door de gangen en iemand van de TROS spreekt me aan: ‘Hebben jullie al iets nieuws gevonden?’ Bleek dat de TROS het huurcontract had opgezegd. Ze waren zelf hard aan het groeien en konden de ruimte goed gebruiken. Binnen twee maanden zouden we eruit moeten, uitstel was niet mogelijk.  Het zou nog een paar jaar duren voor het nieuwe hoofdgebouw af was. Ik liep direct door naar het bureau van Arie van den Dool, Hoofd van Dienst TV-productie en zijn nieuwe adjunct Renardel de Lavalette. Op de een of andere manier was er geen mens van op de hoogte dat de grafische afdeling in augustus op straat zou staan, er was gewoon niemand die daarop had gelet. Paniek. De Lavalette en ik hebben direct alle makelaars in de omgeving afgebeld en toen vonden we te elfder ure een leegstaand pand aan de Larenseweg. Dat was een kale ruimte waar we met spaanplaat – dat een zeer penetrante geur verspreidde – kantoortjes en ateliers bouwden. Daar heeft de afdeling anderhalf jaar gezeten, een idiote verspilling van geld maar het was onontkoombaar.”

Wim Crouwel — Atelier 12. Beeldje voor beeldje.

Van 4 oktober tot 10 november 1974 was het werk van NOS Grafisch Ontwerp te zien in het Stedelijk Museum, Amsterdam in een tentoonstelling over animatie. De catalogus is een ontwerp van Total Design (Wim Crouwel en Daphne Duijvelshoff) en de animatie is van Jacques Verbeek, Karin Wiertz, Niek Reus. (Collectie: Bas van Vuurde)

Rond de tijd van die haastige verhuizing wordt duidelijk dat er een nieuwe chef van de hoofdafdeling Ontwerp moet komen. “Er werd een commissie ingesteld waarin ik ook zat, met een aantal andere vertegenwoordigers van de afdelingen. Er is bijna een jaar vergaderd onder voorzitterschap van Henny Greve. Uit de vergaderingen ontstond een profiel en er werd een vacature uitgegeven. Daarop kwamen veel reacties want het was een interessante baan, maar de kandidaten waren allemaal onder de maat. Toen vroeg de leiding van de NOS mij. Ik twijfelde, ik kwam daar pas kijken en ik had nog maar net een club van 40 mensen onder me. De hoofdafdeling ontwerp was 100 man: grafisch ontwerp, decorontwerp, maquettebouw en één kostuumontwerper. Bovendien was ik helemaal niet zo carrière gericht. Ik stelde twee voorwaarden: ik wilde één jaar proeftijd en een enquête onder de hele afdeling. Alle 98 medewerkers konden hun stem uitbrengen. Er stemde 97 mensen voor en één tegen. Dat was kostuumontwerper Robert Bos. Die had een goed argument; hij kende mij niet en stelde dat hij dus niet voor of tegen kon stemmen.”

Tussen Robert Bos en Van der Aa komt het trouwens allemaal goed. Ze werken later samen aan de realisatie van het Kostuumfundus, voor opslag, uitleen en onderhoud van de kostuums die in de loop der tijd gemaakt waren in opdracht van de omroepen.  Voorheen werden die door de omroepen zelf bewaard, wat natuurlijk niet erg efficiënt was.

In februari 1975 treedt Van der Aa aan als chef van de hoofdafdeling Ontwerp. Dorus van der Linden was niet zo enthousiast over de bestuursfunctie en weidde zich liever weer aan zijn vak. Het vinden van afdelingshoofden was altijd een lastige taak. Van der Aa: “De ontwerpers wilden iemand die in vakmatig opzicht aan de top zat. Ik wilde iemand die een afdeling kon managen. Het was geen makkelijke baan. Het betaalde bovendien niet veel meer dan de functie van de beste decorontwerper. Biesiot verdiende maar 70 gulden meer en kreeg daarvoor de verantwoordelijkheid over 50 mensen. Hij deed het tot in de jaren zeventig, maar het hij vond uiteindelijk veel gedoe voor weinig geld.” Biesiot degradeert dan ook op eigen wens weer naar decorontwerper. Cor Straatmeyer neemt het in 1977 van hem over.

Van der Aa: “We gingen op zoek, maar het was heel lastig om iemand te vinden. Straatmeyer was eerst productiechef onder Biesiot geweest en die hebben we toen maar gevraagd. De chef decor moest nauw samenwerken met de Programma Verdeel Commissie, waarin een aantal verkozen ontwerpers zaten. Het werk bij decorontwerp is namelijk heel complex. Het hangt heel erg af van het programma en de regisseur welke ontwerper het beste past. De commissie bekeek de aanvragen en verdeelde het werk. Op zich was het een heel eerlijk systeem maar de chef moest er wel op toezien dat het allemaal rechtvaardig ging. Er was één ontwerper die telkens gepasseerd werd bij promoties. Hij was het daar niet mee eens en kaartte dat bij mij aan. Eigenlijk had Straatmeyer dat aan moeten pakken, als chef had hij ook op moeten komen voor de mindere broeders.”


In 1976 mocht de NOS dankzij “Ding-a-dong” het Eurovisie Songfestival organiseren. De NOS pakte groots uit. Roland de Groot ontwierp een decor met (mechanisch) bewegende delen: enorme zwevende objecten die elk liedje een unieke choreografie en belichting hadden. Van der Aa: “Roland’s decor was een gigantische prestatie, de BBC kwam vragen of ze het decor over konden nemen.” De grafische verzorging was van Frans Schupp.
 

Op de grafische afdeling moet uiteraard ook een nieuwe chef komen als Van der Aa chef van de hoofdafdeling Ontwerp wordt. En dat is, net als bij decor, niet makkelijk. Van der Aa: “De ontwerpers waren lastig, ze vonden zichzelf dermate goed dat ze een chef wilden van het niveau van Wim Crouwel. Ze hadden een wat vertekend beeld van de kwaliteit van hun afdeling.” Van der Aa vraagt een ontwerper die hij kent uit zijn tijd in Amsterdam: Boudewijn Ietswaart. Van der Aa: “Ietswaart was een voortreffelijk kalligraaf en illustrator. De grafisch ontwerpers respecteerden hem zeer. Hij gaat van start tijdens de chaos van de hals-over-kop verhuizing van de afdeling van de TROS naar de Larenseweg.” Na zo´n twee jaar houdt Ietswaart het voor gezien, in een interview uit 2009 zegt hij dat hij de `meetingitis´ zat is. (Jong, Feike de. ‘The rediscovery of Boudewijn Ietswaart’ in Typo 37 autumn 2009.) Ruud Langezaal volgt hem op. Van der Aa: “Langezaal had meer plezier in het management, maar de afdeling vond hem weer niet goed genoeg. De meest geliefde chef was waarschijnlijk Willem Hillenius.”

Filmtitelontwerp van Piero Gherardi uit 1963. Chef Willem Hillenius organiseerde filmvertoningen voor de ontwerpers, zelf is hij groot fan van regisseur Fellini.

Van der Aa: “Hillenius viel met zijn neus in de boter. Niet alleen met het nieuwe gebouw en de trucage studio, ook met het EBU congres van 1981. Hillenius zag terecht dat de afdeling ingeslapen was en hij probeerde ze bij de les te brengen. Hij porde hun interesses op en moedigde veelzijdigheid aan met filmprogramma’s, bezoek aan tentoonstellingen. Daar waren ze hem dankbaar voor.” Hillenius krijgt het aantrekkelijk aanbod om de academie in Arnhem te leiden en neemt afscheid van een afdeling die hem liever niet ziet vertrekken. Hij krijgt een prachtig groot kunstwerk mee bestaande uit allemaal kleinere vlakken die door de ontwerper ingevuld zijn. Hillenius werkte tot zijn pensioen in 2010 bij ArtEZ. Bij de NOS werd hij opgevolgd door Henk Cornelissen.

Van der Aa: “Cornelissen was een goede ontwerper en een goede leider voor die afdeling. Ik vroeg hem toen hij een paar maanden aan het werk was om een verslag van zijn indrukken van de afzonderlijke ontwerpers te maken. Ik was benieuwd naar zijn mening over hun kwaliteiten, dat kon hij immers veel beter beoordelen dan ik. Hij was nog een buitenstaander en een betere vakman dan ik. Hij maakte een heel sec vakmatig verslag, heel eerlijk en to the point. Het was vertrouwelijk, dus we besloten dat hij het rapport met de hand zou schrijven, de enige kopie die hij maakte was voor hemzelf en het origineel ging naar mij. Laat hij nu de laatste pagina van het verslag op het kopieerapparaat liggen. Laat dat nu net de pagina over Henk Vermolen zijn. En dat was ook de eerste die het apparaat weer gebruikte. Hij las het en maakte er een hoop stennis over, het was een schande, vond hij. Toch kregen ze het verslag niet te zien.”

In 1987, vlak voor de reorganisatie van het facilitair bedrijf van de NOS, vertrekt Cornelissen naar de St. Joost academie. Van der Aa benoemd Jan Janiczak, “een zeer accurate man en een perfecte productiechef” als opvolger van Cornelissen. “Janiczak’s functie was een belangrijke, maar een beetje een onzichtbare en ondankbare functie” volgens Van der Aa. “Niet iedereen begreep de promotie, maar deze man had zich 20 jaar ingespannen, met nauwelijks waardering en dat vond ik niet terecht. Het leek mij met het oog op de toekomstige ontwikkelingen wel goed om op deze manier zijn positie wat te versterken.”

Het werk van Van der Aa omvatte uiteraard veel meer dan het zoeken en vinden van nieuwe chefs voor de decorontwerpers en de grafische afdeling. Maar daarover volgende week meer.

Lees ook deel 2 en deel 3!

tv-design widget

De komende week staat de Beeld en Geluid widget in het teken van televisievormgeving. Alvast om op te warmen voor het symposium en de boekpresentatie op 14 april. Vanaf maandag in de widget onder andere Jaap Drupsteen, Bob Rooyens en Roland de Groot.

Als je de widget download krijg je dagelijks een verrassend filmpje uit het archief van Beeld en Geluid. Kant en klaar, gratis en voor niets, op het bureaublad van je computer. Elke week heeft een ander thema, meestal gelinkt aan de actualiteit. Daarom deze week: Vorm van vermaak. Downloaden dus! (instructies staan hier)