I.M. Massimo Götz

Gastblog van Freek Biesiot

Massimo Götz is 12 juli 2017 overleden in zijn huis in Italië. Daarmee is weer een markante figuur uit de wereld van vormgeving voor televisie en film verdwenen.

Massimo kwam in 1959 als decorontwerper in dienst van de NTS en gold vele jaren, tot ongeveer 1970, als een van de meest veelzijdige ontwerpers, die met zijn explosieve creativiteit menig huzaren stukje uithaalde. Ik leerde Massimo kennen in 1965 toen ik als aankomend ontwerper bij hem op de kamer kwam zitten, dat was toen nog in de villa in de Emmastraat in Hilversum. Van Massimo leerde ik het vak want opleidingen bestonden in die tijd nog niet. Zo had hij onder andere ook Dorus van der Linden onder zijn hoede.

Het was een tamelijk turbulente tijd, met de omschakeling van zwart-wit naar kleurentelevisie. Massimo haalde het uiterste uit de nieuwe technische mogelijkheden die kleurtelevisie bood. Hij werkte mee aan vele experimentele en spraakmakende programma’s, samen met Bob Rooyens en andere regisseurs. Ik herinner mij een opname waar in Massimo een zogeheten actionpainting live in de studio zou maken. In de wilde seance die volgde, vloog er onder andere alluminiumpoeder door de lucht. Door de statische elektriciteit in de lucht zogen de camera’s het poeder naar binnen en veroorzaakten zo kortsluiting. Hoe het is afgelopen weet ik niet meer en het programma is waarschijnlijk nooit uitgezonden. In in de technische staf zal wel een hartig woordje gesproken zijn.

In 1969 of 1970 nam Massimo ontslag om zich voornamelijk met filmproducties bezig te houden en hij werkte veel in het buitenland. Hij volgde de regiecursus bij Sandbergen, het opleidingsinstituut van de omroep en ging vervolgens werken als regisseur bij de TROS.
Ik werkte als ontwerper mee aan het allereerste optreden van Linda de Mol, dat door Massimo werd geregisseerd, een dubbele primeur zou je kunnen zeggen, een zeer jonge John de Mol liep toe ook al in de studio rond, die studio was overigens een achterafzaaltje in Nieuw-Loosdrecht.

Toen ik in 1980 terugtrad als chef decorontwerp heb ik Massimo gevraagd te solliciteren op die baan. Hij voelde daar wel voor want hij was altijd in voor weer een nieuwe uitdaging. Maar na een aantal gesprekken met de sollicitatie commissie bleken zijn inzichten toch te radicaal voor de groep ontwerpers en trok hij zich terug. In mijn ogen een gemiste kans en het begin van een verwijdering uit omroepkringen. Massimo voelde zich erg thuis in Italië waar hij samen met Jenny, zijn vrouw die ook dekorontwerper was geweest nog vele jaren heeft genoten.


Toevoeging van Liselotte

De actionpaintings waren onderdeel van de afleveringen van Hoofdstuk, een experimenteel programma met muziek, kunst en sketches van regisseurs Jef de Groot en Bob Rooyens. In een interview met het Vrije Volk (22-4-1965) vertelt Rooyens iets over een schilderincident: “Bij een vorige Hoofdstuk-opname waren bij een action-painting 240 vloertegels gesneuveld. Toen we in een volgende uitzending weer een schilderij wilde laten maken, heeft dat ons vier dagen van praten gekost, om dat erdoor te krijgen.” In Hoofdstuk IV maakt Götz een actionpainting. In de programma-aankondiging (Friese koerier, 18-05-1965) staat dat hij, begeleid door jazzmuziek, samen met cartoonist Frits Mueller een wand volplakt en spuit met kleur en papier. Bekender is de samenwerking tussen Götz, regisseur Rooyens en grafisch ontwerper Hans de Cocq voor het popprogramma Moef ga-ga. Hier zijn maar twee afleveringen en enkele foto’s bewaard van gebleven. Ik zal proberen of ik binnenkort iets van Götz aandeel aan Hoofdstuk en/of Moef ga-ga op het blog kan publiceren.

Eind 2013 had ik een aantal keer telefonisch contact met Massimo Götz. Ik vroeg hem toen naar de periode dat hij begon op de grafische afdeling, dat was 1959. Hij vertelde me onder andere over zijn sollicitatie. Met een grote map met zijn werk van de academie (Opleiding Beeldende Kunst en een opleiding tot Tekenleraar) kwam hij bij Peter Zwart en Jan van der Dool. Na lange tijd in de wachtkamer mocht hij zijn werk laten zien en er iets bij vertellen. Van der Dool snapte er niets van, maar Peter Zwart vond het mooi.

Hij werd op proef aangenomen, hij moest eerst maar bewijzen dat hij het kon. Voor een opleiding of enige vorm van begeleiding was geen tijd. Bij kinderprogramma De avonturen van Joekie werd hij in het diepe gegooid. Ondanks dat dit een kinderprogramma was, moesten er soms wel zestien verschillende sets komen. Dat was een enorme puzzelarij in de kleine studio’s, waar ook nog ruimte vrij moest blijven voor de weerman, de omroepster en de cameramannen, dolly’s en geluidshengels. De changementen waren dus niet altijd op tijd en acteurs stonden regelmatig in het verkeerde decor. Maar hij werd er steeds inventiever in en leerde wat dat betreft veel van Peter Zwart die heel begaafd was in het scheppen van ruimte.

De werkdruk was hoog, er werd altijd meer geëist dan mogelijk was en de afdeling kampte met permanente onderbezetting. Götz stond vaak avonden met Jan van der Does in de studio aan decors te werken – ook bij decorbouw was sprake van onderbezetting -, en ze sliepen zelfs wel eens in decors. Dan werden ze ‘s ochtends door de brandweer gewekt. Götz heeft zelf niets van zijn decorontwerpen bewaard, er was zoveel te doen, daar was simpelweg geen tijd voor.

In de collectie van Peter Zwart heb ik een tekening gevonden die misschien van Massimo Götz is. Het gaat om een VARA-programma van 18 februari 1959, waar op de stempel de initialen MG staan. Op de tekening staan drie scenes.

Ontwerp voor 3 scenes voor VARA programma van 18-2-1959. Vermoedelijk ontwerp van Massimo Götz

Opgelost: 1956 Wie is deze man?

56-04 ambachtsschool (3)Het houdt me al een groot deel van de dag bezig en daarom gooi ik het maar even in de groep. Wie is deze man die in 1956 op de afdeling Decorontwerp werkt?

Ik kom hem in 1956 twee keer tegen, maar anders dan dat… geen spoor. De eerste keer is op een foto (gepubliceerd in het NTS jaarverslag van 1956) die in april gemaakt is, vlak na de verhuizing naar de eerste etage van de Ambachtsschool in Bussum. Daarom zijn de wandjes en bureau’s op de foto nog maagdelijk leeg. Aan de linkerkant langs de ramen zitten Cor Hermeler, Jan van der Does, Fokke Duetz en in de hoek is het kantoor van Peter Zwart. De laatste twee ontwerpers zijn druk in overleg met een regisseur. Mocht je de regisseurs herkennen dan krijg je een pluim, maar ik ben vooral benieuwd naar de man die aan de rechterkant achter het tussenwandje zit. Het is een man met donker haar, een bril met donker montuur, een ovaal en een beetje een plat gezicht.

Bron: NTS jaarverslag 1956

Bron: NTS jaarverslag 1956

Het is zeer waarschijnlijk dezelfde man die ook in de NTS julieumfilm Wij zijn vijf te zien is. De opnames hiervoor zijn iets later dan de foto hierboven, het bureautje is inmiddels voller met stapels en attributen. Jan van der Does is vanwege het vervullen van dienstplicht afwezig, en dus zijn Cor Hermeler en de onbekende man een stukje opgeschoven. Het lijkt dezelfde man te zijn; donker haar en een bril. Hij staat gebogen over een titelrol.

Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956), Collectie Beeld en Geluid

Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956), Collectie Beeld en Geluid

Ik geef een aantal verschillende opties:

  1. Het is Ger van Essen. Er is enige gelijkenis, maar Van Essen draagt geen bril en begon vermoedelijk pas in oktober 1957
  2. Het is Hans Moolenaar. Ik ken maar één foto van Hans Moolenaar en daarop draagt hij bijna niets, ook geen bril. Zijn gezicht lijkt in ieder geval veel ronder dan van de man op bovenstaande foto’s, maar ik kan het natuurlijk mis hebben. Ik weet niet precies wanneer Moolenaar begon, dat is mogelijk eerder dan Ger van Essen geweest. Moolenaar trad 1 maart 1956, ca 1 maand voor de verhuizing naar de Ambachtsschool, in dienst bij de NTS als aankomend grafisch tekenaar. Het is dus vrijwel zeker dat hij de man is die op bovenstaande foto en film staat.
  3. Het is Otto Dicke. Dicke illustreerde in de jaren vijftig voor de VARA gids en uit de audiovisuele catalogus van Beeld en Geluid blijkt dat hij begin jaren zestig met enige regelmaat als illustrator aan programma’s werkte. Hij heeft dus een connectie met de omroep, misschien werkte hij in 1956 als freelance illustrator/graficus bij de NTS? Ver gezocht wellicht, maar zeker op de eerste foto is er gelijkenis. Probleem: Dicke woonde zijn hele leven in Dordrecht.
  4. Het is Jan Pet. Probleem: Pet is waarschijnlijk al eind 1955 of begin 1956 overleden, hij verblijft dan in ieder geval in een verpleegtehuis in Bonn. Bovendien draag Jan Pet geen bril en heeft hij aanzienlijk minder haar. Het is tot slot onwaarschijnlijk dat hij zich met grafisch werk (de titelrol) bezig hield, gezien het feit dat hij al vanaf oktober 1952 Peter Zwart assisteerde in het decorgebeuren.
  5. Het is iemand anders.

Laat je suggestie of reactie achter onder dit bericht!

Schilderij verkocht via de televisie

In het voorgaande artikel over hoe Peter Zwart bij de NTS terecht kwam, noemde ik het al even kort: de verkoop van een van zijn schilderijen via de televisie. Het leuke is, er zijn ‘tele-snaps’ van deze uitzending.

Op vrijdag 8 mei 1953 zijn Zwart en zijn kunstwerken op televisie naar aanleiding van zijn expositie in Casino Hamdorff te Laren. Op maandag 11 mei schrijven alle kranten over wat er na die uitzending gebeurt:

LAREN, 10 mei – Hoe doeltreffend reclame voor de televisie zou kunnen zijn, bleek vrijdagavond, toen een TV-uitzending werd gegeven uit het Casino Hamdorff te Laren, waar Peter zwart momenteel beeldhouwwerk en schilderijen exposeert. Een van de doeken, voorstellende de Rialtobrug te Venetie, werd op het beeldscherm gebracht en kwam voor de ogen van een “kijker” in Gorkum. Deze stelde zich met de kunstschilder Zwart in verbinding en… de volgende dag was het schilderij verkocht. (De Telegraaf, 11-5-1953)

De fotograaf van de NOS is aanwezig en maakt foto’s, deze zijn hieronder te zien.

Uit het archief van Zwart komen nog twee bijzondere foto’s van fotograaf J.F. Oppenheim in Wassenaar. Op deze foto’s zien we het beeldscherm, het (Philips-)toestel met de draaiknoppen en een grafische verduidelijking van de herkomst van het beeld. Het signaal wordt vanuit de kerktoren van Irene in Bussum verstuurd naar de straalzender in Lopik. Dat signaal wordt door het televisietoestel van de fotograaf in Wassenaar ontvangen en gefotografeerd. De fotograaf zag, in navolging van de Britse John Cura, een handeltje in deze ‘tele-snaps’.

Die foto’s probeerde de dochter van de fotograaf of tamelijk brutale te slijten aan televisiemedewerkers. Dat kwam het NTS bestuur ter ore. Zij vonden met name de naamsvermelding van de NTS op de foto’s bezwaarlijk, maar er bleek niets strafbaars of vervolgbaars aan. Veel NTS-medewerkers lieten zich door de dochter van de fotograaf overhalen tot aankoop, ze duiken in een aantal verschillende archieven op, en waarom ook niet? Het was de enige mogelijkheid om een tastbaar aandenken te krijgen aan hun verschijning op het vluchtige medium.

Het begin: Peter Zwart

Begin bij het begin: de sollicitatie. Hoe komen de decorontwerpers binnen bij de NTS? Wat wordt er van hen gevraagd? Het vierde verhaal in deze rubriek gaat over ‘het begin’ van Peter Zwart.

Op bovenstaande pagina in de Gooi en Eemlander van 9 november 1950 staan de Larense beeldhouwer Peter Zwart en de televisie voor het eerst samen in de krant. De eerste landelijke televisieuitzending vanuit studio Irene in Bussum zal nog bijna een jaar op zich laten wachten, maar de voorbereidingen zijn al in volle gang. Beeldhouwer en kunstschilder Zwart heeft daar waarschijnlijk al op verschillende manieren kennis van genomen.

Philips is namelijk in eerste instantie van plan de Cinetone studio’s te gebruiken voor televisie. Zwart werkt enkele dagen per week als freelancer bij de naastgelegen studio van Joop Geesink, dus hij zal daar wel iets over opgevangen hebben. De Cinetone studio’s vallen echter af na bezwaren van de Nederlandse Bioscoop Bond. Zij zijn aanvankelijk enthousiast over het medium televisie, maar raken steeds meer beinvloed door de Amerikaanse bioscoopbond die teruglopende bezoekers aantallen van wijt aan de televisie en ze zijn daardoor niet meer bereid om actief mee te werken aan de introductie van televisie in Nederland. Philips zoekt het vervolgens dichter in de buurt van de radio-omroepverenigingen. Als de expositie van Peter Zwart en Jan den Hengst in Laren opent, zijn de onderhandelingen over een geschikte locatie in het Gooi al enkele maanden onderweg en bereiden kleine clubjes omroepmedewerkers zich al voor op het nieuwe medium.

Willy van Hemert is een van de radioprogrammamakers die de overstap naar televisie wil maken. Samen met drie anderen vormt hij onder leiding van Jan Willem Rengeling en de heer Broecks de VARA-televisiesectie. Tijdens de eerste bijeenkomst oppert Broecks dat er iemand nodig zal zijn die decors maakt. Van Hemert heeft als enige in de sectie enige ervaring in de toneelwereld en daarom verwacht de rest van hem een voorstel: “Waar ik de moed vandaan gehaald heb, om in plaats van een van de gevestigde toneelontwerpers iemand aan te bevelen, die ik maar twee keer ontmoet had, weet ik niet. Misschien ben ik makkelijk te beinvloeden of te overdonderden, misschien drijf ik teveel op intuitie. Zeker is dat ik geweldig geimponeerd was door een bijzonder onbeleefde bonk,” schrijft hij in 1977 in zijn televisiememoires.

Van Hemert beschrijft daarin de ontmoetingen die op hem zo’n indruk maken, uitgebreid. Hij ontmoet Zwart toevallig bij een gezamelijke kennis waar Zwart als een soort wervelwind aanwezig is. Hij probeert gelijktijdig zijn schilderijen te verkopen, geeft af op de Mondriaan die aan de muur hangt (“Bij mij zie je tenminste wat het voorstelt”), vertelt over een opdracht voor een glas-in-lood-raam, maakt nog enkele schilderijen schoon en wil dan weer snel weg om thuis nog een paar uur te hakken aan een beeld. Als Van Hemert vertelt dat hij binnenkort begint met televisie, vraagt Zwart: “Met orthicons?” Van Hemert heeft geen idee wat dat zijn. Zwart waarschuwt Van Hemert dat bij de BBC de gang waar met de kamers van de producers ‘Ulcerrow’ is genoemd en dat hij de volgende dag bij Zwart alvast een recept tegen maagzweer kan afhalen. Hij heeft immers een blauwe maandag medicijnen gestudeerd, vertelt hij aan Van Hemert.

Zwart is uitstekend op de hoogte van wat televisie is, blijkt aldus en niet lang na de eerste ontmoeting gaat Van Hemert op bezoek in het overvolle atelier van Zwart aan het Rozenlaantje in Laren. Daar beschrijft hij dat hij een veelheid aan schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken en mozaieken aantreft. Terwijl Zwart aan een beeld werkt, vertelt hij Van Hemert over zijn werk aan de decors Kermesse Fantastique, een monsterproductie van Geesink Studio’s in opdracht voor Philips. Maar hij is in de herinnering van Van Hemert niet erg enthousiast over televisie, hij heeft er bovendien geen tijd naast de freelance animatieklussen en zijn praktijk als kunstenaar. Maar hij zegt toch toe dat ze op hem kunnen rekenen als ze erg omhoog zitten.

Zodoende draagt Van Hemert Zwart voor als decorontwerper aan de VARA-televisiesectie. Van Hemert neemt Rengelink daarna mee naar een tentoonstelling in Hamdorff. Het gaat waarschijnlijk om de tentoonstelling met Jan den Hengst in november 1950. Van Zwart zijn tekeningen, aquarellen, schilderijen en beeldhouwwerken te zien. Op de opening, waar alle notabelen en kunstenaars uit het Gooi aanwezig zijn, wordt hij in het openingswoord door Tom Wester als volgt omschreven: “Peter Zwart is de veelzijdige: beeldhouwer, aquarellist en schilder, met oeuvre op een weldoordacht plan, gegroeid uit gestage arbeid. Hij is de man wiens handen nimmer rusten…” (Gooi en Eemlander, 13-11-1950). Zwart verkoopt deze tentoonstelling vier beeldhouwwerken, een schilderij, een pastel, twee aquarellen en een tekening.

Na de tentoonstelling gaat Rengelink op bezoek bij Zwart in de Geesink Studio’s. Daaruit volgt een opdracht voor het maken van een animatiefilmpje voor de VARA. Zwart schetst een storyboard met een kraaiende haan, hij bouwt een maquette en filmt de animatie met zijn goede vriend, cameraman Han Mook. Het geheel wordt gemaakt en opgenomen in Zwarts atelier in Laren. Op een van de schetsen is zien dat Zwart voor een pauzeteken, een beeld voor storing, een bewegende vlam voor het einde van de avond, drie titels, en de animatie van ongeveer tien seconden in totaal 250 gulden rekent. De VARA is zeer op tijd met het filmpje, de televisie gaat immers nog lang niet van start. Het is goed voor te stellen dat de opdracht een manier is voor Van Hemert, Broecks en Rengeling om kennis te maken met Zwart en andersom, voor Zwart om kennis te maken met de mogelijkheid om zelfstandig, buiten Studio Geesink om, met decors en bewegende ontwerpen aan de slag te gaan.

Rengeling vraagt na het VARA-filmpje nogmaals of Zwart decors wil verzorgen voor de televisie. Rengeling weet hem over te halen en hij begint op 1 juni 1951 als freelancer aan de voorbereidingen. Hij heeft dus vier maanden de tijd om alles op poten te zetten. Eerst bezoekt hij de plaats waar het allemaal gaat gebeuren: het Irene kerkje in Bussum. Daar is al een enorme bedrijvigheid van Philips-personeel, maar verder is er weinig te zien, want de studio is legendarisch klein. Zwart vertelt in 1977 aan een VARA-verslaggeefster: “Er was, -dat noemde we dan de grote scene, scene 1- een oppervlakte van 6 meter breed en 3 meter diep. Dan hadden we nog een heel klein pesthoekje tegenover de trap, vlak naast de techniekruimte. Een stukje van nog niet eens 2 bij 2,5 meter. En de rest werd natuurlijk ingenomen door enorme camera’s en hengels.” Op dat kleine stukje studiovloer wordt hij geacht als decorontwerper ruimtelijke illusies op te wekken.

Bij Studio Geesink heeft Zwart zich al bezig gehouden met de praktische en kostenbesparende kanten van decorbouw. In Duivendrecht worden voor elke productie nieuwe decors gebouwd en na opname weggegooid. Zwart introduceert een systeem van herbruikbare, geschakelde zetstukken met een op de poppen afgestemde standaardhoogte en verschillende breedtes. Zo kan elk gewenst decor snel en goedkoop opgezet worden, waarna alleen nog een behangetje toegevoegd hoeft te worden. Zwart is ook erg efficient en vindingrijk met het verzamelen en toepassen van bestaande objecten voor het maken van meubels en andere rekwisieten. Het ontwerpen van decors op menselijke maat is hem trouwens ook niet geheel vreemd. Hij verzorgt in 1949 bijvoorbeeld de aankleding van het carnavalsfeest in Hamdorff.

Voor studio Irene gebruikt Zwart hetzelfde principe als bij Studio Geesink; een basisdecor van verschillende, schakelbare onderdelen in standaardmaten. De hoogte van het decor wordt bepaald op 3 meter, want daarboven hangen de kwiklampen. Het basisdecor bestaat uit een aantal wanden van 3, 2, en 1 meter hoogte en 1,5 en 0,25 meter breed; enkele deuren en ramen (links- en rechtsdraaiend); treden van 10 en 20 centimeter hoogte; en praktikabels (podiumdelen). Daarnaast zorgt hij voor textiel (achterdoeken, gordijnen) en rekwisieten. De lampen produceren naast een enorme hitte, ook erg fel licht waardoor witte oppervlaktes de camera als het ware verblinden. Ook hele donkere kleuren geven geen mooi beeld. Zwart onderzoekt nauwkeurig de werking en effecten van verschillende kleuren en grijstinten om tot het beste plaatje te komen. De witte blouse van de omroepster krijgt voortaan een theebad en witte muren op televisie zijn in werkelijk lichtgrijs geschilderd.

Naast het gebrek aan kleur zijn gebrek aan ruimte en tijd de grootste uitdagingen. In de kleine Irene studio moeten alle decorchangementen live, maar natuurlijk wel buiten beeld of in een korte pauze, plaatsvinden. Wanden moeten bij scenewissels snel verplaatst, omgedraaid of opnieuw aangekleed kunnen worden. Daarvoor verzint hij zwenkende muren. Rekwisiteur Jan Jonker sluipt en kruipt daar op kousevoetjes tussendoor om nieuwe stoelen en spulletjes neer te zetten. Grotere decorstukken zoals schouwen, staan op wieltjes. Tien maanden na de alleereerste uitzending bouwt Zwart met hulp van zijn assistenten Jan Pet en Jac Hey en aannemer De Groot in het kleine studio’tje een decor met wel vijftien verschillende sets (Herexamen voor Barnstetter, VARA, 1-9-1952).

Zwart schikt zich prima in de rol van uitvinder in het zoeken naar oplossingen voor al die beperkingen qua ruimte, tijd, kleur, techniek en steekt zijn handen uit de mouwen. Je zou bijna vergeten dat het televisiedecor ook een vak is waar de kennis en kunde van de kunstenaar Zwart nodig is. Dat kan hij vlak voor die allereerste uitzending op 2 oktober 1952 bewijzen. Regisseur Erik de Vries vindt de wand in de zeventiende eeuwse set voor televisiespel De toverspiegel wat kaal. Zwart schildert in een razend tempo -naar eigen zegge een kwartier – twee kopieen naar Frans Hals. Maar hij schildert ook gerust een bloemetjesbehang als dat nodig is. De combinatie van artistieke kunde, praktische houding en Zwart’s ‘nimmer rustende handen’, maken hem tot een ideale decorontwerper in de experimentele fase van de televisie.

Het gaat Zwart ogenschijnlijk voor de wind. Zijn werk voor de televisie staat in de belangstelling, zijn decors worden regelmatig geprezen in de televisierecensies en er verschijnen diverse interviews met hem over het maken van televisiedecors (bijvoorbeeld in De Telegraaf van 28-2-1953). Ook als kunstenaar gaat het voorspoedig. In mei 1953 heeft hij een solotentoonstelling in Hamdorff Casino en hierover maken zijn vrienden van de televisie een reportage. Na de uitzending op 8 mei 1953 is een televisiekijker uit Gorkum zo onder de indruk van een van de schilderijen dat hij het de volgende dag komt kopen. Bijna alle kranten schijven op maandag over dit voorbeeld van doeltreffende reclame via de televisie (zie hier de ‘tele-snaps’ van deze uitzending). Zwart is eventjes een bekende man, zodat ook het studiebezoek van Zwart aan Alfred Wormser die voor de BBC schitterende infographics maakt, voor De Telegraaf aanleiding is weer een stukje met foto van Zwart te plaatsen (12-5-1953).

Al die aandacht doet Zwart op langere termijn geen goed in Larense kunstenaarskringen. Naast dédain voor televisie -zeer waarschijnlijk ook de reden dat hij zelf twijfelt aan het aanbod van Rengeling- komt afgunst kijken. Zwart is zeer productief en werkt als een van de weinigen in Laren in meerdere disciplines. Hij heeft in die jaren uitstekende connecties, zijn werk wordt gekocht door het echtpaar Singer, door Johan Buurke (eigenaar van Hotel Hamdorg, Gooiland en Hoge Vuursche) en hij is naar verluidt goed met Jacob Dooyewaard, burgemeester Arnoud van der Ven en andere belangrijke figuren. Hij heeft alles in zich om uit te groeien tot succesvol kunstenaar.

Daar komt nog bij dat Zwart mogelijk al een aantal vijanden heeft gemaakt onder zijn collega-kunstenaars. Zwart wordt door de mensen die hem hebben gekend niet bepaald beschreven als een diplomatieke man: “Als je geen vriend met hem kon zijn, kon je alleen maar zijn vijand zijn. Een middenweg was er niet”, schrijft Van Hemert in zijn televisieherinneringen. Zwarts dochter Joanika Ring herinnert zich conflicten met leden van de Larense Tekenclub waar hij een van de oprichters van was. Niet alle leden kwamen met enkel kunstzinnige bedoelingen de naaktmodellen bestuderen en Zwart liet duidelijk weten wat hij van die types vond. Kortom, met de overstap naar televisie komt zijn positie in het Larense kunstenaarsdorp in zwaar water.

Op 23 oktober 1953 treedt Zwart in vaste dienst bij de NTS. Het freelance werk bij Geesink stopt (hoewel hij incidenteel ‘schnabbelt’, zoals in 1961 bij De lage landen en in 1967 aan de Expo ’67 in Canada) en ook zijn werk als kunstschilder en beeldhouwer moet hij door de hoge werkdruk bij de televisie op een lager pitje zetten. Daar tegenover staat een vaste baan met een regelmatig inkomen waar hij zijn veelzijdigheid in kwijt kan. Als eerste decorontwerper bij de Nederlandse televisie kan hij nieuwe uitvindingen doen en komen zijn kennis van en interesse voor techniek, architectuur en kunstgeschiedenis uitstekend van pas. Hij kan zich bovendien in bijna alle disciplines uiten: tekenkunst, schilderkunst, grafisch ontwerp, interieurontwerp, ruimtelijke vormgeving. Vanaf 1953 raakt ‘de Larense beeldhouwer’ of ‘kunstschilder Pieter Willem Zwart’ (zo signeert hij zijn schilderijen) snel vergeten en kent men Peter Zwart vooral als de man die als laatste op de titelrol staat: ‘decor – Peter Zwart’.

Bronnen:

  • Sonja de Leeuw, De man achter het scherm: De televisie van Erik de Vries, Amsterdam: Boom, 2008
  • Willy van Hemert, Bekijk het maar: 25 jaar televisiebelevenissen, Elsevier, 1976
  • Openingstoespraak J. W. Rengelink bij de opening van de tentoonstelling van Peter Zwart in het VARA-gebouw, april 1977, Beeld en Geluid, DocId 30435 (geluidsopname).
  • VGO Magazine, september 1992
  • Interview met Peter Zwart door Jeanne van Munster, VARA radio, 2-4-1977 (Beeld en Geluid, TaakId 553282)
  • Oral history van de omroep: oud-omroepmedewerker Peter Zwart door Harrie Vossen, 02-04-1991 (Beeld en Geluid, DocId 73837)
  • Interview met Joanika Zwart, 30-10-2013
  • Foto’s en ontwerpen uit het prive-archief van de erven Zwart, krantenknipsels uit het archief van de Koninklijke Bibliotheek.

 

60 jaar tv

Het kan je niet ontgaan zijn: de Nederlandse televisie wordt deze zondag 60 jaar. Tenminste, als je de experimentele periode in Eindhoven niet meerekent dan. De eerste landelijke uitzending van de NTS vanuit Studio Irene, een tot televisiestudio omgebouwd kerkje in Bussum, is aanstaande zondag in ieder geval precies 60 jaar geleden.

Een mooie gelegenheid om even terug te kijken naar die eerste uitzending en natuurlijk in het bijzonder naar de vormgeving ervan. Peter Zwart, we schreven al eerder op deze site over hem (de NTS zendmast en het eerste VARA herkenningsfilmpje zijn bijvoorbeeld van zijn hand) is dan de man die verantwoordelijk is voor de aankleding van de uitzending. Dat wil zeggen: de decors én het grafische werk.

bron: Nationaal Archief (links), Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (rechts)

De uitzending begint met vormgeving, of ‘branding’ eigenlijk. Als eerste in beeld is een wapperend NTS vlaggetje. Om het te laten wapperen is een speciale standaard gemaakt met een ventilator. Als we op de foto’s afgaan (er is geen bewegend beeld van deze uitzending) is het vlaggetje meerdere keren in beeld; als openingsbeeld, bij of vlak voor de openingstoespraak van staatssecretaris J.M.L.Th. Cals (foto rechts) en waarschijnlijk ook tijdens de aan- en afkondigingen van omroepster Jeanne Roos. Zo deed de regisseur van de avond, Erik de Vries, dat immers ook bij zijn experimentele uitzendingen voor Philips (foto links).

Daarna volgen staatssecretaris Cals en NTS-voorzitter Kors, beide vertegenwoordigers van de destijds dominante katholieke zuil en van een regering die de introductie van televisie juist zo lang had weten te rekken. Zij spreken voorzichtig optimistisch over de televisie als uitkomst van technische vooruitgang, maar zijn tegelijkertijd zeer sceptisch over de mogelijk schadelijke gevolgen van dit nieuwe massamedium: “passiviteit en grauwe vervlakking”. De waarschuwende woorden van deze heren worden uitgesproken in een opvallend huiselijk decor. Ze zitten in gemakkelijke fauteuils, er staat een salontafel en de achterwand is bekleed met tapijten. Was dit een poging van Zwart om de formele taal en licht dreigende woorden niet al te kil over te laten komen? We kunnen het hem helaas niet meer vragen.

Na een vooraf geproduceerde instructiefilm over de werking van televisie, volgt een verhandeling van professor Halbertsma in een ander hoekje van de minuscule studio. Op de foto hieronder zien we dat het achterwandje nog even in de verf wordt gezet. Zwart houdt hier één van Halbertsma’s afbeeldingen voor de camera die later het verhaal zullen verduidelijken (foto rechts), waarschijnlijk om te testen of ze goed en leesbaar in beeld gebracht kunnen worden.

foto's uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Hierna: pauze, want de studio moet omgebouwd worden voor het decor van het eerste televisiespel wat tevens over televisie gaat; ‘De toverspiegel’. Wat gebeurt er in die pauze op het scherm? Vermoedelijk staat er een -uiteraard door Peter Zwart- vervaardigd bordje met de letters ‘pauze’. Maar helaas is daar geen beeld van. Wat er te horen is, is wel bekend: een lied met de toepasselijke tekst “o kom er eens kijken”. Àchter het scherm is iedereen druk in de weer met meubels en decorstukken voor het televisiespel. Als je de onderstaande foto’s vergelijkt, zie je inderdaad achter de wandkleden het begin van de lambrisering en een plintje van het decor van ‘De toverspiegel’.

foto's uit de collectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Tijdens het eerste televisiespel voltrekt zich ook de eerste storing. Het betreft een beeldstoring en daardoor is er natuurlijk geen kaartje met ‘storing’ in beeld, maar horen de ca. 500 televisiekijkers die avond de omroepster uitleggen dat er iets mis is. Ook weer met zo’n geestige en toepasselijke tekst; “Wij komen pas kijken, maar tenslotte komt u ook pas kijken”. Waarschijnlijk wordt de avond ook weer afgesloten door Roos naast het NTS vlaggetje, maar wederom… daar is verder geen beeldmateriaal van bewaard gebleven.

In verband met het jubileum is er veel aandacht voor de allereerste uitzending en televisiegeschiedeniss, een aantal links voor als je meer wit weten:
* Meer informatie over de experimentele uitzendingen van Philips is o.a. hier te vinden en in het boek over televisiepionier Erik de Vries.
* Beelden voor de Toekomst presenteert een interactieve tijdslijn over 60 jaar televisie. Deze bevat nu de periode tot 1971 en wordt in in de komende weken nog verder aangevuld.
* Uitgebreide informatie over de eerste tv-uitzending, de medewerkers en fotomateriaal is te vinden op de Beeldengeluidwiki.nl.
* Naast Vorm van vermaak (dat je natuurlijk al in de kast hebt staan) verschijnen/verschenen er naar aanleiding van het tv jubileum nog een aantal mooie naslagwerken, zoals het boek over de omroepsters: Goedenavond Dames en Heren, Beeldenstorm van Ruud van Gessel en 60 jaar televisie van Bert van der Veer.
* De Publieke Omroep heeft het publiek gevraagd een TV canon te kiezen, fragmenten van de verkozen programma;’s zijn ook online te bekijken.

Allereerste VARA-haan

Peter Zwart ca. 1951

Voor het uitroepteken was de haan lange tijd het symbool van de VARA. De radio-uitzendingen van de socialistische radio omroep begonnen met het kraaien van de haan. Dat geluid symboliseerde de nieuwe dageraad, een hoopvol optimisme naar een toekomst waar socialistische idealen waarheid zouden worden. Toen men voor de eerste VARA televisie uitzending een herkenningsfilmpje nodig had was de haan dan ook een logische hoofdrolspeler.

Peter Zwart maakte dit filmpje voor de VARA. Zwart werkte rond die tijd ook bij Studio Geesink, ook wel bekend als Dollywood. De studio waar men reclamefilms maakte voor Phillips, Bols en internationale klanten. Die poppenanimaties waren meestal heel vermakelijk en ludiek: voetballende bierflesjes, dansende sinaasappelen. Ze worden nu allemaal gerestaureerd en gedigitaliseerd door het EYE Film Instituut (voorheen Filmmuseum).

Uit de schetsen van Zwart voor de VARA blijkt duidelijk dat hij putte uit de stijl van Dollywood. Een ondeugend haantje komt uit een kerktoren en knipoogt naar de televisiekijker. Misschien was het voor de VARA toch iets te ludiek en ook de kerktoren uit de schets zal misschien niet zo in de smaak zijn gevallen. De kerktoren werd de toren van het VARA gebouw en de haan stond trots helemaal bovenop.

Het filmpje zelf is verdwenen, maar dankzij de foto van Zwart met de maquette en de schetsen kunnen we ons nog wel inbeelden hoe het er uit heeft gezien. En het eindshot kennen we omdat iemand een foto vanaf het televisiescherm heeft gemaakt van die allereerste stationcalls. We weten zelfs wat televisievormgeving ongeveer kostte in 1951. Voor drie animatiefilmpjes van ongeveer 4 seconden en 3 titels rekende Zwart 250 gulden.

fragment uit een van de schetsen van Peter Zwart voor de VARA, ca 1951 (foto en schetsen komen uit de privé collectie van de erven Peter Zwart)

NTS zendmast

De herkenningsbeelden die de omroepverenigingen en de NTS (voorloper NOS) in de jaren vijftig gebruikten zijn iconisch geworden. De VARA haan op een windwijzer, de statige VPRO letters tegen een achtergrond van wolken, het vaandel van de NCRV. Deze foto’s zijn in zo’n beetje alle geschiedenisboeken over de omroep terug te vinden.

Maar zoals dat vaak is bij iconische beelden, weten we er eigenlijk weinig over. Behalve dat de foto’s van een televisiescherm zijn gemaakt ergens in 1951. Omdat die eerste jaren alles live was, is er niets bewaard van die uitzendingen. We weten dus niet hoe vaak deze herkenningbeelden te zien waren. Hoe lang waren ze op het scherm? Met welke muziek? Waren het dia’s of bewegende beelden op film?

Van de VARA weten we aan de hand van de schetsen van Peter Zwart dat hun windhaantje onderdeel was van een filmpje (zie in het boek pagina 226-227 en hier). Omdat Peter Zwart de eerste paar jaar alle creatieve werkzaamheden zo goed als in zijn eentje doet, is het zeer waarschijnlijk dat hij verantwoordelijk is geweest voor al deze iconische beelden. En dan is het ook waarschijnlijk dat de VPRO wolkenlucht, de NCRV trompet en de KRO pauze foto ook onderdeel zijn geweest van herkenningsfilmpjes, in plaat van statische dia’s of titelkaarten. De filmpjes zelf hebben het helaas niet overleefd, dus zeker weten we het allemaal niet.

Het meest iconische beeld van de prille jaren van de Nederlandse televisie is de NTS zendmast. Hiervan weten we wel zeker dat deze door Peter Zwart is ontworpen. Want, net als bij het VARA-filmpje, is er een schets van. Die schets is bewaard door Zwarts zoon Peter Zwart jr. Op de schets ‘idee NTS-dia’ staat een lijstje van de vier variaties die er moeten komen: NTS-dia, einde, pauze en storing. Die laatste twee zijn het meest in beeld geweest. Er ging nog wel eens wat mis in die experimentele periode. En, omdat alles live was, moest er soms een pauze ingelast worden om te wisselen van decor.

AANVULLING 10-11-2013

Rene Coelho, destijds cameraman bij de televisie mailde me dat er in de kantine de volgende interpretatie van de NTS Pauze-dia werd gemaakt:

Niet Tegen Sassen
Paal Al Uit Zijn Evenwicht

 

AANVULLING 2: datering van de NTS titelkaart met zendmast

NTS herkenningsdia van J.Ph. Dorren uit 1952

NTS herkenningsdia van J.Ph. Dorren uit 1952

De schets is mogelijk niet zou oud als de dia’s van de omroepverenigingen bovenin deze post. In het eerste experimentele tv-seizoen (oktober 1951 tot en met oktober 1952) wordt de NTS-vlag gebruikt als herkenningsbeeld. In mei 1952 een ontwerpwedstrijd uit voor een herkenningsbeeld voor het tweede seizoen. De eisen aan het ontwerp: de woorden ‘Nederlandse Televisie Stichting’ moeten erop staan; het moet geschikt zijn om drie minuten in beeld te zijn; het mag een statisch beeld zijn of een mechanisch apparaat (zoiets als de BBC-vleermuis). Als winnend ontwerp kiest men de afbeelding van studio Irene met de zendstalen, een ontwerp van meneer J.Ph. Dorren uit Hilversum die daar 250 gulden voor krijgt.

NTS embleem uit ca 1958

NTS embleem uit ca 1959

De titelkaart van Dorren is mogelijk tot 1959 in gebruik. Dan heeft de NTS een nieuwe voorzitter Schüttenhelm en moet er dus een nieuw embleem komen. Ditmaal wordt dat gewoon door de eigen grafisch afdeling gedaan. Wie dat ontwerp met de drie televisiekadertjes heeft gemaakt, is niet helemaal zeker. Mogelijk is dat Ralda Ebbing geweest, maar het zou ook een ontwerp van Peter Zwart geweest kunnen zijn. De schets hiervan is in ieder geval nog niet boven water.

Met dank aan Michel van Dijk