Pixels en PAL

Voor een themanummer van AIS/Design, een Italiaans wetenschappelijk tijdschrift over vormgeving, schreef ik (met goede hulp van René Koenders) in 2016 een artikel over de kennismaking tussen pixels en PAL, oftewel de computer en televisie. Het artikel is inmiddels gepubliceerd in themanummer The years they made contact: Graphic design, new technologies and new media. Ons artikel is hier te lezen: Pixels and PAL

Tijdgebrek en een woordenlimiet noodzaakte tot een bloemlezing in plaats van een volledig overzicht van de mijlpalen in de geschiedenis van computergraphics op televisie. Want zo’n overzicht laat zich lastig samenstellen. Tellen alleen stationcalls en programma-leaders of neem je ook nieuwsgraphics, scoreborden in shows en quizzen mee? Telt het mee als het ontworpen is op de computer, of als een ontwerp is uitgevoerd met behulp van de computer? Moet een computergraphic rechtstreeks van de computer naar tv-signaal/videoapperatuur gezonden worden of mag het ook van het computerbeeldscherm gefilmd zijn? En hoe zit het met het onderscheid tussen animatie en motion graphics, tussen (video)kunstenaars en audiovisueel ontwerpers? Affin, genoeg details om mijn vingers lelijk aan te branden, dus ik koos voor een bloemlezing uit enkele opzienbarende leaders en stationcalls uit de eerste helft van de jaren tachtig waar de computer op een of andere wijze een rol speelde bij ontwerp en uitvoering.

Bij het selecteren van de beste voorbeelden voor het artikel heeft een van mijn favoriete computer-ontwerpen heeft het helaas niet gehaald. De TELEC-stationcall (1985) van Theo Dijkslag (elders op deze site is daar materiaal van te zien), vind ik persoonlijk veel mooier dan de bekende Channel 4-ident (1982) van Martin Lambie-Nairn. Dat is deels te wijten aan het feit dat Wim Crouwel’s TELEAC-logo veel sterker is dan dat van Channel 4, en daarnaast door de mooie vondst van Dijkslag die het logo ontleedde tot afzonderlijke vormen, in combinatie met de perfecte uitvoering met behulp van Antics animatiesoftware.

Maar zoals ik al aangaf, deze heeft het artikel niet gehaald omdat in de loop van het schrijfproces duidelijk werd dat de computer-ontwikkelingen in televisie-context nauw samenhingen met de specifieke omstandigheden geschapen door ons merkwaardige Nederlandse omroepbestel. Begin jaren tachtig waren de publieke omroepverenigingen als gevolg van de komst van de TROS en VOO hevig met elkaar in concurrentie en tegelijkertijd werden de eerste stappen gezet tot privatisering van de televisie-productie faciliteiten. Een combinatie van omstandigheden die als katalysator diende waarin nieuwe digitale technieken razendsnel getest, geïmplementeerd en weer verworpen werden.

TELEAC als niet-ledengebonden zendgemachtigde stond daar eigenlijk helemaal los van. Bovendien, het is al een hele verzoeking om aan een niet-Nederlands publiek (trouwens ook aan Nederlanders onder de 40 jaar oud) uit te leggen hoe dat zit met die verzuiling, ontzuiling, A-, B-, en C-status, ledenwerving, enzovoorts. Om dan óók nog het verschil tussen een omroepvereniging en een zendgemachtigde te moeten behandelen…. Zodoende geen TELEAC-stationcall, wel de ontstaansverhalen van de stationcalls van Veronica (Image West) en de VPRO (Willem van den Berg) en leaders van het EK voetbal 1984 (NOS) en Mid Lotto Live (VARA) (beide Carlo Delbosq).

In hetzelfde nummer van het tijdschrift AIS/Design staan natuurlijk veel andere interessante artikelen, maar helaas veelal in het Italiaans wat ik niet machtig ben. Wel in het Engels is een artikel van Karin van der Heijden over de Aesthedes ontwerpcomputer bij Total Design (hier te lezen). Ook de grafische afdeling van de NOS had zo’n geweldige machine in huis, maar net zoals vele nieuwe digitale technologie werd dit apparaat in 1984 compleet uit de markt geblazen door het succes van de (relatief) spotgoedkope en gebruiksvriendelijke Apple Macintosh.

Televisie als kunstvorm

Nelleke Noordervliet liet in Zomergasten (VPRO, 4-8-2013) een fragment zien over haar zwager, televisieregisseur Rob Touber. Touber was een van de regisseurs die “de techniek van de televisie te gebruikten als een nieuwe vorm van kunst.” Dat resulteerde in veel mooie en spectaculaire shows, waarvan sommige ook inhoudelijk erg prikkelend waren, zoals De grote Gerard Reve show (NOS, 1974). Stefan Felsenthal, Chef Culturele Programma’s NOS-televisie, stelde in de documentaire over Touber (Televisie tot de dood erop volgt van Ruud van Gessel, 2005) dat er een periode was van een paar jaar waarin “alles kon”.

De vraag is dan: hoe ontstond die situatie waarin “alles kon”? Ligt dat aan de technische ontwikkelingen bij de televisie, de mate van vrijheid in het productieproces, maatschappelijke ontwikkelingen, de chemie tussen decorontwerper en regisseur? Maar ook de rol van personen zoals Felsenthal moet niet onderschat worden. Het is van belang om te onderzoeken hoe die creatieve hoogconjunctuur precies tot stand kwam en misschien komen we er dan ook achter waarom we nu zo weinig van dat soort prikkelende programma’s op televisie zien.

Televisie werd in de periodes die Felsenthal bedoelde niet alleen gebruikt als kunstvorm, het was ook een ontmoetingsplaats. En ook die functie van televisie is verdwenen, stelde Noordervliet: “Toen keek iedereen naar hetzelfde net. Dus als je de nette burgerij wilde pakken dan kon je op dat net een programma maken dat de nette burgerij pakte. (…) Het is nu allemaal uit elkaar gehaald. We komen elkaar op de televisie niet meer tegen.”

Nu was de Gerard Reve show echt controversieel, maar Touber regisseerde ook een groot aantal shows die vooral erg mooi waren en daardoor veel lof oogsten. Freek Biesiot werkte een aantal keer samen met Touber. Hieronder een kleine afspiegeling uit zijn archief van het resultaat van die samenwerking.

Tomorrows People
VPRO, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata: 25 t/m 28 maart 1968. Uitzenddatum 16 mei 1968.

Met Rob de Nijs, Ida Bons en dansgroep Tomorrows People (Nanda Hoving, Suze Broks en Lyn Wolseley). Het decor bestaat uit grote vrouwenhoofden, in één ervan is een podium gemaakt waar de zangers in konden staan of zitten, uit een ander hoofd kwamen lichtgevende sprieten. Helaas zijn van dit programma geen opnames bewaard.

Roosje zag een knaapje staan (1)
TROS, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata 2 en 3 september 1969. Uitzenddatum 9 oktober 1969.

Rosita Bloom won in 1969 de AVRO-zangwedstrijd A star is born. Haar eerste televisieshow bij de AVRO -de prijs voor het winnen van de talentenjacht- was door productionele chaos geen succes. Rob Touber onderhandelde eind 1969 met de TROS over een serie rond zanger René Frank, maar ze kwamen er niet uit. Zo ontstond een opening voor Rosita Bloom. Het moest allemaal een beetje gehaast gebeuren -de werktitel op de decortekeningen luidt nog “René Frank”- maar Bloom, Touber en de tv-recensenten waren tevreden met het resultaat. Door een merkwaardig toeval werd de show van het beginnende zangeresje tegelijkertijd uitgezonden met een andere Touber-show met Adèle Bloemendaal op Nederland 1 bij de VPRO (Aaah, met decorontwerp door Roland de Groot). Ook de dansgroep Tomorrows People trad in beide shows op. Het decor van Biesiot bestaat uit een bewegende constructie in de vorm van twee halve cirkels die op twee manieren opgebouwd kon worden: met golven en met staken met spiegeltjes erop. Lastig uit te leggen, je zou het eigenlijk in werking moeten zien. Maar helaas, het bewegend beeld is er niet meer.

Roosje zag een knaapje staan (3)
TROS, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata 19 en 20 januari 1970. Uitzenddatum 29 januari 1970.

Rob Touber maakt na de show in oktober 1969 nog drie shows met Rosita Bloom. De regisseur ziet duidelijk talent in Bloom, hij produceert haar eerste (en laatste?) elpee en noemt haar in een interview in Het vrije volk “de liefste meid die ik ooit in de wereld van de showbusiness ben tegengekomen”. In deze drie shows treedt ze op met een gast. In deze show zingt ze samen met een kinderkoor. Volgens Touber moest het decor echter niet te schattig zijn, het mocht wel een beetje luguber. De hang- en zetstukken die Biesiot hiervoor ontwierp, zien er in het volle licht nog als lieflijke illustraties uit, maar als het licht dimt… Ook hier geldt weer dat er geen opnames meer zijn.

Gerard Cox show
VPRO, regie Rob Touber, decorontwerp Freek Biesiot. Opnamedata 13 en 14 april 1970. Uitzenddatum 4 juni 1970.

Één televisierecencent schrijft over deze show: “Als ik nog een Nipkow-schijfje had, zou ik hem onmiddellijk aan Gerard Cox geven. Met een super-speciale vermelding voor Rob Touber.” De recensent is zo onder de indruk dat hij er geen woorden voor heeft: “Geweldige liedjes, geweldig gezongen, geweldige regie, geweldige decors.” Ook bij De Tijd is men lovend over Toubers gebruik van kleur en trucages. Cox zingt zo’n zeven liederen die elk in een eigen vormgeving op het scherm komen. Biesiot ontwierp een set grote raderen waarin Cox door The Helen Leclerq Dancers rondgedraaid wordt. Het zou een mooie set kunnen zijn bij het nummer ‘Emancipatie’ dat in het programma gezongen zou worden volgens de aankondigingen. Verder zien we Cox tussen grote banen met foto’s van soldaten, misschien hoorde die set bij het lied ‘Drie eskadrons’ van Jaap van der Merwe? En dan was er het nummer ‘Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur’ dat bij de recensenten opviel vanwege de tekst, maar vooral ook door de hulp die Cox hier kreeg van vier topless ‘Sweethearts’ op een paard. Verder zong Cox: ‘I’ll never fall in love again’, Monarchie’ en ‘Zij was knetter’. Maar welke nummers bij welke sets horen, is een beetje gokken. want de opnames zijn er natuurlijk niet meer.

Freek Biesiot: Nationaal Songfestival 1969 en 1970

Vanavond weer naar het Eurovisie Songfestival kijken. Voor het decor natuurlijk. Maar zou het niet leuk zijn als Nederland weer eens als gastland op mag treden zoals eerder in 1958, 1970, 1976 en 1980? Een mooie kans om flink uit te pakken met regie, decor en licht.

In het archief van Freek Biesiot zitten twee ontwerpen voor de Nationale Songfestivals, de voorrondes die dit jaar overgeslagen werden. Vreemd genoeg lijkt het er sterk op dat de opnames er niet meer zijn, ik heb ze in ieder geval nog niet teruggevonden.

Van belang bij een Songfestivaldecor is dat elk liedje een eigen sfeer heeft. De mogelijkheden zijn daarvoor tegenwoordig wat groter, zoals we vanavond ongetwijfeld weer zullen zien. Maar ontwerpers als Freek Biesiot en Roland de Groot, ‘recordhouder in Songfestivaldecors’ wisten in de jaren zeventig met mechanische middelen, licht en een slimme materiaalkeuze al heel veel variatie te bereiken.

Nationaal Songfestival 1969 (NOS). Regie Tineke Roeffen. Decorontwerp Freek Biesiot. Ontwerp glassculptuur Floris Meydam Andries Copier en Freek Biesiot, Glasfabiek Leerdam. Beeldmateriaal uit de collectie van Beeld en Geluid.

Nationaal Songfestival 1970 (NOS). Regie Ruud Keers. Decorontwerp Freek Biesiot. Beeldmateriaal uit de collectie van Beeld en Geluid.

Interview: Frans van der Aa, deel 2

Vorige week lazen we hoe Frans van der Aa in Hilversum terechtkwam en daar, na één jaar ‘vakgroepbegeleider’ van de grafici, in 1975 als chef hoofdafdeling Ontwerp de leiding kreeg over de grafische afdeling, de decorontwerpers, maquettebouwers en één kostuumontwerper. Het werk van Van der Aa omvatte uiteraard meer dan het zoeken en vinden van de nieuwe chefs voor de onderafdelingen, die in deel 1 ter sprake kwamen.

Terugblikkend op zijn loopbaan bij de NOS is er een terugkerende factor te ontdekken. Van der Aa: “Ik was als chef geen flamboyante persoonlijkheid als Peter Zwart en niet zo’n sociale prater als Jan van der Does. Ik vond dat er een rechtvaardiger beleid moest komen en daar heb ik 18 jaar mijn best voor gedaan.” Dat rechtvaardigheidsgevoel wordt al snel na zijn aanstelling aangesproken. Van der Aa: “In 1974, ik was nog maar net bij de NOS, kwam het verzoek van de directie om een delegatie van grafici van de Zuid-Afrikaanse tv te ontvangen. In Zuid-Afrika heerste Apartheid en er waren zodoende twee soorten televisie. Voor de zwarte bevolking zwart-wit tv met plat vermaak en amusement. Voor de blanke elite hoogwaardige programma’s in kleur. Ik overlegde met de afdeling en we besloten officieel te weigeren. We wilden op geen enkele manier met dit systeem te maken hebben. De NOS directie reageerde: ‘we doen hier niet aan politiek’. Maar het ging natuurlijk niet om politiek, het ging om mensenrechten en rechtvaardigheid. De NOS liet de Zuid-Afrikanen overigens niet weten dat wij ze niet wilden ontvangen. De delegatie [bestaande uit een grafisch ontwerper, een decorontwerpster en een decormanager] kwam dus van de andere kant van de wereld naar de NOS en kreeg een rondleiding over de Keukenhof of zoiets dergelijks. Dàt vond ik pas ongepast. De IKON zond ons een prachtige bos bloemen omdat ze onze beslissing waardeerden.”

Illustratie van Arie Teunissen in de Spreek´Buis #145, 18 oktober 1974. De Spreekbuis schrijft: “decor- en grafisch ontwerpers weigerden het drietal te ontvangen, een verzoek dat door de bedrijfsleiding werd gehonoreerd, zodat deze afdelingen door de Zuidafrikaanse delegatie moest worden overgeslagen, hetgeen – gezien de beroepen van de betrokken bezoekers – op z’n minst een hard gelag moet hebben betekend.”

Een ander soort onrechtvaardigheid ziet Van der Aa in het honoreringssysteem van de NOS. Van der Aa: “Het oude systeem was gebaseerd op anciënniteit, elk jaar kreeg je meer, ongeacht prestaties. Dat betekende dat er steeds minder geld overbleef voor nieuwe jonge krachten.” Van der Aa ontwerpt een nieuw systeem waarin prestaties meewegen en niet elk jaar automatisch loonsverhoging volgt. Onderdeel van het nieuwe systeem is een beoordelingsronde. Een gekozen commissie oordeelde over een eventuele promotie of overgang naar een hogere schaal of klasse. Van der Aa: “Ik herinner me dat vooral de resultaten van de eerste beoordelingsronde met spanning tegemoet werden gezien. Na afloop van alle individuele beoordelingen werd een overzicht gepubliceerd van de nieuwe functie-indelingen van de hele hoofdafdeling. Er stonden hele groepen tegelijk te kijken naar wie waar terecht was gekomen, en er waren hele spectaculaire promoties bij. Sommige ontwerpers, meestal de jongere, maakten promoties van twee klassen, met drie jaar terugwerkende kracht. Dat betekende soms vele duizenden guldens ineens. We gaven zelfs belastingtechnische adviezen om te voorkomen dat ze teveel belasting zouden betalen! Het resultaat van die openheid was dat er na jaren opeens rust was op het gebied van klassen-indeling en salarissen.”

Een andere verandering waar Van der Aa met genoegen op terug kijkt is de totstandkoming van de Electronische Trucage Studio (ETS). Van der Aa: “Rond 1974 begon ik met het plannen van de verhuizing naar het toekomstige mediapark. Het was de bedoeling dat daar een elektronische trucage studio zou komen voor de afdeling Grafisch ontwerp. Met camera’s, een rondhorizon, een trucage/animatietafel. Daarvoor kreeg ik te maken met Piet de Vlaam, het hoofd van de technische dienst. Dat was een autoritaire, uiterst conservatieve man. Hij vond ontwerpers maar langharig werkschuw tuig die zeker niet de beschikking zouden mogen hebben over technische middelen, laat staan geavanceerde. Ik maakte een afspraak om met De Vlaam te praten. Hij liet me eerst drie kwartier wachten, daarna namen we plaats aan een lange tafel, hij aan het hoofd. Allemaal maniertjes om me te intimideren. Ik vertelde mijn plannen voor de trucage studio in het nieuwe gebouw. Nadat ik in ongeveer 20 minuten mijn verhaal had verteld zei hij botweg: “Zolang ik hier zit zal ik er voor zorgen dat dat niet gebeurt.” Officieel had hij mijn verzoek gewoon moeten uitvoeren, ik had budget en mandaat. Hij ging zelfs zo ver dat hij zijn technici verbood om met mij te praten over dit onderwerp. Ik kwam ziedend terug van dat gesprek, te laat voor mijn volgende afspraak bovendien. Er zat een dame op me te wachten die bij me kwam solliciteren als secretaresse. Ik legde uit waarom ik te laat was en ventileerde, in niet al te nette bewoording, mijn frustraties over De Vlaam. Toen ik klaar was, keek ze me beteuterd aan, ‘ik weet het’ zei ze, ‘ het is mijn vader.’ Het leek haar beter voor de situatie thuis als ze maar niet voor mij zou gaan werken. Ondertussen zag ik de nieuwbouw op het mediapark met de dag vorderen, maar ik kon het dus niet inrichten zoals ik wilde. Drie weken na dat gesprek overlijdt De Vlaam. Zijn opvolger, afkomstig van Philips, zei in het eerste gesprek:  ‘We gaan een prachtige studio voor u maken.’”

Nieuwjaarskaart van de grafici: “langharig werkschuw tuig” volgens De Vlaam. Ontwerp: Hans de Cocq, 1977. Via Erna de Cocq- de Ruiter

Van der Aa: “De starre houding van De Vlaam was kenmerkend voor de afstand tussen creatieven en technici bij de NOS. Je zag het wantrouwen overal terug, bij de ondertiteling bijvoorbeeld. De teksten werden uitgetypt op kaarten en die gingen door een machine die ze in beeld zette. De titelregisseur tikte met een potlood en dan drukte de technicus op het knopje zodat de volgende titel in beeld kwam. Het was uitgesloten en ondenkbaar dat de titelregisseur dat knopje zelf in zou drukken, of andersom; dat de technicus besloot wanneer de volgende titel zou komen. De houding van De Vlaam ten opzichte van de ontwerpers was, hoewel zeer extreem, typerend voor de verhouding tussen technici en creatieven destijds.”

Will Bakker maakte vanuit het Hoofdgebouw (tegenwoordig Mediacentrum) tussen 1978 en 1982 meer dan 300 foto’s van de bouw van het nieuwe Film Centrum op het Mediapark in Hilversum. Bakker: “Ik had een kistje gemaakt dat precies op de verwarming paste, waarop een oude kleinbeeldcamera was geschroefd. Die kon dan gewoon blijven staan, want die camera gebruikte ik verder niet meer. Ik heb die animatie overigens kort geleden opnieuw gemaakt, omdat er alleen nog een slechte Umatic versie van over was. De muzikanten die je hoort zijn: Arie Teunissen (collega-ontwerper) op tenorsax, Carlo Delbosq (ook collega) op gitaar en Martin Helm en Peter van der Sande (vrienden van Arie).”

 
In 1978 is het Hoofdgebouw op het Mediapark af en kan de Grafische afdeling verhuizen. De ETS wordt gerealiseerd en intensief gebruikt door de afdeling. In de studio bevindt zich onder andere de allereerste opstelling waar men beeldje-voor-beeldje opnames kan maken op professionele videobanden (BCN). Handig voor het maken van animatie op video, maar ook voor het opnemen van op de computer gerealiseerde beelden. Raymond Le Gué en Peter Struycken werken in de avonden en weekenden van het najaar van 1982 in de ETS aan Het eind = zoek (NOS, 1982), het eerste tv-programma dat geheel op de computer is bewerkt. Ook decorontwerpers als Roland de Groot experimenteren in de avonden of weekenden met  de geavanceerde apparatuur van de afdeling, zoals de Aesthedes. Ondanks alle technische hoogstandjes die de grafische afdeling tot beschikking staan, wordt er trouwens ook nog ouderwets met de hand getekend en geïllustreerd.

foto en bijschrift  uit het verslag van het TV Graphics ’81 in EBU Review van juli 1981

Naast de ETS komt er voor de hoofdafdeling ontwerp een vakbibliotheek en er wordt actief deelgenomen aan internationale congressen. Naar aanleiding van een bezoek aan het Japanse NHK organiseerde de NOS in samenwerking met de EBU het Tv Graphics ’81 congres in Nederland. De huisstijl van het congres was van Frans Lasès en Henk Tilder verzorgden de vormgeving van de congreszaal. Het was met 170 internationale gasten een groot succes. Op zulke bijeenkomsten werd duidelijk dat de NOS voorop liep. Van der Aa: “Qua vormgeving was de afdeling leidend op het Europese vasteland. De BBC was beter, maar de BBC ontwerpers erkenden dat wij tot de besten behoorden. Wel vreemd eigenlijk als je bedenkt dat de afdelingen ongeveer even groot waren terwijl Engeland toch een fors groter land is. Dat ligt aan het omroepsysteem. Bij de BBC was er maar één actualiteiten rubriek en in Nederland heeft elke omroep een eigen rubriek. Dat vraagt veel ontwerpcapaciteit.”

Logo voor TV Graphics ’81 – ontwerp: Frans Lasès

Na de onstuimige groei van de NOS in de jaren zeventig, gaat de rem er halverwege de jaren tachtig op. Er moet drastisch bezuinigd worden op de Publieke Omroep. Dat heeft grote gevolgen voor de facilitaire tak van de NOS. Daarover volgende week meer in het laatste deel van het interview met Van der Aa.

Lees ook deel 1 en deel 3.

Sollicitatie

Het verslag van de gesprekken met Frans van der Aa laat nog even op zich wachten, dus we doen gewoon een tweede ‘teaser’. Laatst plaatste ik al de vacature waar hij in 1973 op reageerde, deze week het kladje van zijn sollicitatiebrief. De laatste zin is eigenlijk not-done: bij een sollicitatie hoor je niet te klagen over je huidige baan. Maar voor de grafici vormde die laatste zin juist de reden om Van de Aa uit te nodigen. Zij lagen immers zelf overhoop met hun leidinggevende. Maar daarover binnenkort meer….

NOS Journaal in het nieuw

De NOS presenteerde vandaag de nieuwe vormgeving: het complete leaderpakket en alle decors zijn aangepakt. Algemeen directeur Jan de Jong en hoofdredacteur Nieuws Marcel Gelauff spraken bij de introductie over ‘meer urgentie’ en ‘geen revolutie maar evolutie’ – termen die wij eerder optekenden voor het boek Vorm van vermaak.

Welnu, het nieuwe leaderpakket is inderdaad: evolutie. De leaders grijpen terug naar de (rode) cirkel als centraal element – een basisvorm die Geert van Ooijen in 1995 al bij de NOS introduceerde. Nog een oud vertrouwd element: de gong is terug. ‘Booiingg’ is wederom de nadrukkelijke uitsmijter van de leader. ‘We hebben de muziek getest op een groep respondenten. Die luisterden naar de leader, zonder dat ze wisten voor welk programma we het zouden gebruiken. De mensen dachten aan een nieuwsprogramma. Of aan een spannende, avondvullende film,’ aldus De Jong. Volgens hem is de leader ‘heel erg veel goedkoper dan de vorige’ – Lambie Nairn hanteert kennelijk andere (goedkopere) tarieven dan Cape Rock.

Het decor (Fisheye) is vooral: heel veel scherm, en een vloer met een piepklein deskje in de vorm en kleur van de NOS-O. De nieuwslezers gaan rondlopen, enorme schermen zullen de nieuwsberichten ondersteunen. Vanaf zondag te zien – zaterdag ná het achtuurjournaal alvast een preview met Sasha de Boer en Rob Trip. En nu alvast foto’s van de perspresentatie.

Nieuwe NOS Journaal vormgeving

Zondag voor het eerst op televisie, maar in de de VARAgids vandaag al de eerste beelden en een artikel over de nieuwe leaders en nieuwe decors van de NOS Journaals. Mooi werk van Danny Smit‘s bureau Cape Rock.

Credits: Het Hilversumse bureau Cape Rock voor strategie, concept en design in samenwerking met Avi-Drome als productiepartner. Decorontwerp: Fisheye uit Gent, België. De tune is van Cablejuice uit Amstelveen, zij zijn onder andere ook verantwoordelijk voor de audiologo’s van Albert Heijn, Jumbo en C1000.

Jeugdjournaal

Het NOS Jeugdjournaal maakte veel gebruik van het tekentalent van de NOS Grafische afdeling. Johan Volkerijk illustreerde dagelijks het weerbericht (het KNMI checkt vooraf of de tekening een adequate weergave is van het weer dat komen gaat, daarover meer in het boek), Arie Teunissen maakte eveneens heel erg veel tekeningen voor het Jeugdjournaal. Zowel Volkerijk als Teunissen kunnen snel werken en dat is handig: een item dat de Jeugdjournaalredactie bedenkt, moet dezelfde avond nog worden uitgezonden. Hieronder enkele van die snelle illustraties die uit een lade tevoorschijn kwamen toen we voor Vorm van vermaak bij de redactie op bezoek waren.