Decoronderzoek komt op tv

Afgelopen zomer kwam RTL4 op bezoek bij Beeld en Geluid en mocht ik iets vertellen en laten zien van mijn onderzoek. Op tafel liggen tekeningen van Peter Zwart en Cor Hermeler uit de jaren vijftig. Het zijn typische show-decors in die kenmerkende Amerikaanse moderne stijl die Freek Biesiot en anderen in de jaren zeventig gingen parodieëren. De uitzending van RTL 4 Mijn Stad Hilversum staat gepland op zondag 18 januari om 15:30 en de herhaling op zaterdag 31 januari 14:30.

Herinneringen aan … Herman Coenen (1928-2005)

Deze herinnering aan Herman Coenen is opgetekend door Freek Biesiot:

Portret van Coenen in het Limburgs Dagblad van 14-12-1973 bij het artikel 'Limburgers in Hilversum'

Portret van Coenen in het Limburgs Dagblad van 14-12-1973 bij het artikel ‘Limburgers in Hilversum’

“Een ontwerper die nog helemaal niet in beeld is geweest is Herman Coenen. Toch heeft ook hij zijn stempel gedrukt op de kwaliteit en de sfeer op de afdeling.

Herman kwam op latere leeftijd, nou ja ergens in de 40 op de afdeling. Hij kwam uit het zuiden, wel Nederlander, maar eigenlijk met hart en ziel een Antwerpenaar en deed er dan ook niet zijn best voor om zijn zuidelijke accent te verbergen. Zeker als hij een paar glazen bier op had, grensde dat aan het onverstaanbare, hoewel hij tegelijkertijd overduidelijk bleef articuleren bijna op het Duitse af. Niet de gemoedelijke tongval die wij van onze zuiderburen gewoon zijn. Soms liep dat zo uit de hand dat hij zijn rechtervuist opstak waarmee hij een angstaanjagend ogende zegelring met akelige stekels erop toonde en riep “Met één klap heb ik ze allemaal te pakken”.

Herman was veelzijdig en buitengewoon goed geïnformeerd, hij had een ongelooflijke kennis van stijlen en theatergeschiedenis en een maatschappijvisie die behoorlijk schuurde met de gangbare opinie. Maar hij had ook een volkomen andere benadering van het vak, eigenlijk paste dat niet helemaal in onze groep. Eerlijk gezegd kan ik me helemaal geen programma herinneren waar hij aan heeft meegewerkt, maar dat zal in het onderzoek hopelijk wel naar voren komen.

Het is moeilijk te reconstrueren hoe onze vriendschappelijke relatie nu eigenlijk tot stand kwam. In ieder geval kwam hij te wonen, samen met zijn vrouw en twee kinderen in de omroepflat in Breukelen, waar ik ook woonde. En ik geloof dat hij aan mij werd toegewezen om hem wegwijs te maken in de mores van het omroepbedrijf. Maar Herman was er de mens niet naar om op sleeptouw genomen te worden. Dus ging het eerder andersom.

Ik was bezig met een dramaproductie die gedeeltelijk in België moest worden opgenomen en dat gedeelte werd geproduceerd door de Belgische producer Erwin Provoost. Herman was mijn gids in Belgiëland en zo kwam het ook dat we behalve op goede filmlocaties, regelmatig in de Antwerpse kroegen verzeild raakten. Dat waren zware dagen/nachten want Herman en zijn Antwerpse vrienden waren goede innemers. Daar kon ik echt nog wat van leren en naar huis rijden was dan ook geen optie (Herman had om een of andere reden geen rijbewijs, wat achteraf gezien maar goed was ook).

Zodoende kwam ik regelmatig terecht in het huis van John Murat en zijn vrouw om te slapen worden gelegd; een andere wereld ging voor mij open, de echte Antwerpse scene. John zou later een van mijn beste vrienden worden, waarmee ik tot in de verste uithoeken van Italië, Calabrië, Terra Nova ben gaan zwerven.(daar zijn foto’s van want John was een professionele fotograaf) Met John heb ik later het programma Twee clowns en een kubus gemaakt, met als regisseur Jan Venema en bovendien heb ik hem een baantje bezorgd als docent drama bij de Nederlandse Film Academie, maar dit allemaal even terzijde.

Herman Coenen op een feestje, ergens eerste helft van de jaren 17. Foto uit archief van Freek Biesiot

Herman Coenen op een feestje, ergens eerste helft van de jaren 70. Foto uit archief van Freek Biesiot

Met Herman zijn ontwerpwerk heb ik verder niet veel te maken gehad, het was altijd goed, professioneel, maar op de een of andere manier niet spraakmakend. Hij paste niet zo goed in het regime en daardoor waren zijn ideeën vaak opwindender dan de realisatie ervan. In de ondergrondse kantine van studio 3 en 4 waren onze regelmatige drinkgelagen, stamgasten waren Herman, Jaap Binnerts en ik, meestal met een uitdijende en weer slinkende cirkel gasten rondom de steeds voller wordende aaneengeschoven tafels vol met lege en halfvolle bierglazen, die door deze en gene met uitpuilende dienbladen werden aangedragen. Eerst waren we dan altijd de leuke gasten die voor de sfeer zorgden, maar dat evolueerde vaak naar boze of geïrriteerde omstanders (acteurs, regisseurs, technisch personeel etc.) die gewoon rustig een glaasje kwamen drinken na een dag van hard werken.

Op een zo’n dag bleven Herman en ik samen over en werden eigenlijk de kantine uitgekeken. Ik zei: “weet je dat Fred Oster vandaag gaat trouwen?” “Nou”, zei Herman, “laten we hem dan gaan feliciteren!” En zo kwamen we aan bij de molen in Weesp waar Fred receptie hield, of zelfs ging wonen. Het was gezellig, en toen we daar beleefdheidshalve weer moesten vertrekken reed ik met Herman naar zijn woonadres. Hij was inmiddels gescheiden van zijn vrouw en woonde ergens op een kamer in Hilversum. Op weg daar naar toe kwamen we langs het café ‘Het Tolhuis’ en we vonden dat we daar nog een afzakkertje moesten gebruiken. Daarna werd het voor mij toch echt tijd om op te stappen want ik moest nog naar een verjaardag van de vrouw van een goede vriend van mij, boven Groningen …

Maar Herman wist van geen opgeven dus antwoordde hij: „Nou, dan ga ik toch met je mee”. Nou dat leek me ook wel gezellig, maar we realiseerden ons dat we nog helemaal niet gegeten hadden, en dan met zo’n tocht voor de boeg. Dus we bestelden vier porties kaas met mosterd en evenveel beugelflesjes bier om mee te nemen. Zo togen we op weg, alles ging goed tot we in de buurt van Deventer kwamen, het was inmiddels een uur of tien, waar we in een fuik van de politie reden voor een alcohol controle. Ik gooide snel mijn bierflesje achter in de laadbak van mijn bakkerseend, je weet wel, zo’n geribbeld koekblik op wielen, Herman had niks in de gaten. Het flesje lag daar leeg te klokken en hij proostte vrolijk door. De politieagent stak zijn hoofd voor het geopende raampje en zei: “Nou, dat ruikt hier lekker!” Ik antwoorde: “Ja, ik breng mijn vriend even thuis want die heeft teveel gedronken, maar ik rijd en hij drinkt.” “Ja, dat u rijdt dat zie ik, en waar komt u vandaan?”, vraagt de agent. “Hilversum” en “waar gaat de reis naar toe?” “Naar Ulrum!” Enige verwarring op het gezicht van deze agent, ongeloof want dit ging toch zijn begripsvermogen te boven. “Ehh, nou ja, rijdt u maar door”, dus weg was ik, zo hard als de 2CV maar wilde.

Rond middernacht arriveerden wij in Ulrum, je moet bedenken, we hadden toen nog geen TomTom, dus het was even zoeken in dat totaal verduisterde platteland, inderdaad daar word je wel nuchter van. Enfin, we waren op tijd om de jarige te feliciteren en het einde van de feestelijkheden mee te vieren. Herman had een kussen bemachtigd en zich onder de eettafel geïnstalleerd terwijl ik op de canape sliep. Herman werd om een uur of zes de volgende morgen, een maandag, wakker en zei: “Ik heb om 9 uur een ontwerpplanbespreking!” Hij nam de eerste bus naar Groningen en hoe dat verder is afgelopen heb ik niet meer meegemaakt, maar hij heeft mij verre overtroffen in plichtsbetrachting, dat is wel zeker.

Of dit verhaaltje iets bijdraagt aan de herinnering aan Herman Coenen weet ik niet, maar zo is het gebeurd. Veel later is Herman gaan samenwonen met Tineke van de telefooncentrale. Ik geloof dat ze gelukkig waren, maar Herman zijn hart gaf het uiteindelijk op. Toen ik hem jaren later nog eens sprak zei hij: “Ik ben nu helemaal van plastic van binnen”, maar het heeft niet mogen baten.”

Freek Biesiot

Zie ook de biografie en oeuvrelijst van Coenen in de Beeldengeluidwiki.nl. Aanvullende informatie over het leven en werk van Coenen zijn welkom, laat een reactie achter onder dit bericht, of mail naar info@vormvanvermaak.nl.

In memoriam Cor Hermeler

In de aankomende NRC weekendkrant staat een ‘in memoriam’ geschreven door Henk van Gelder (op de achterzijde van het eerste katern).

Tekening van Cor Hermeler nav terugtreden Biesiot als chef - eind 1979

Tekening van Cor Hermeler nav terugtreden Biesiot als chef – eind 1979

Freek Biesiot stuurde me bovenstaande tekening toe: “Cor Hermeler legde wel eens stilletjes een tekeningetje op je bureau, deze lag er ineens ik toen ik bekend had gemaakt afscheid te willen nemen als chef van de afdeling….. ”

Roland de Groot vond ook eens zo’n verrassing van Hermeler op zijn bureau. Een levensecht stilleven van potlood, slijper en slijpsel. De Groot liet het hem signeren en het hangt nu prachtig ingelijst in zijn atelier.

DSCF4807

Van Maagdenhuis naar New Babylon

We hadden er niet zo’n mooie dag voor uitgekozen (regen), maar toch was het een interessant uitstapje: Jan van der Does wilde graag nog eens rondkijken in Bussum en Hilversum op de plekken waar hij als grafisch ontwerper, decorontwerper en chef had gewerkt. Maar helaas, van het Irene-kerkje, de Ambachtsschool en het Maagdenhuis is niets meer over. Ook studio IIIb (Eltheto), studio Vitus en het oude decorcentrum Kampstraat zijn weg. Eigenlijk staat alleen Concordia nog overeind. Nu worden daar overdag kinderen opgevangen, vroeger nam men hier shows met publiek op. Dat was door het hoge podium altijd een heel gedoe, want til zo’n zware dolly er maar eens op! En dan kraakte de vloer ook eens verschrikkelijk. Het werd allemaal een stuk professioneler met de verhuizing naar Hilversum.

Het gebouw in Hilversum (Emmastraat 54) waar de hoofdafdeling ontwerp tussen 1960 en 1970 huisde, is er ook al niet meer. Maar alleen al het parkeertereintje achter het nieuwe gebouw riep al een hoop herinneringen op. De wat jongere decorontwerpers, waaronder Biesiot, zaten in de serre aan de achterzijde en keken uit op de parkeerplaats. Biesiot weet nog precies wie welke auto reed. Van der Does had bijvoorbeeld een Volkswagen Passat stationwagen. Biesiot biechtte op dat hij, en vele andere ontwerpers, regelmatig uit het raam klom om even te ‘spijbelen’. Van der Does, Peter Zwart en administrateur Will Meester zaten aan de voorzijde van het gebouw, boven de officiële ingang en hadden zodoende niets in de gaten.

Emmastraat 54, Bussum © Beeld en Geluid

Emmastraat 54, Bussum © Beeld en Geluid

Het mediapark is heel wat minder veranderd dan Bussum de afgelopen jaren. Decorbouw is welliswaar afgeslankt en opgeschud; waar vroeger het houtmagazijn zat, is nu het decoratieatelier en waar eerst de stoffeerderij was, is nu machinale houtbewerking, enzovoorts. Alleen de smederij is nog steeds op dezelfde plek te vinden. De decorontwerpers zaten tussen 1970 en 1978 op de etage boven de ingang van het Decorcentrum, waar nu omroep MAX gevestigd is. Van de vriendelijke receptioniste -die precies op de plek zat waar Biesiot kantoor hield toen hij chef van de afdeling was- mochten we ook even op de ‘kantoortuin’ rondlopen en wijzen: wie zat ook alweer waar?

Indeling begane grond Decorcentrum in de jaren zeventig en tachtig  (met dank aan Johan Veenstra)

Indeling begane grond Decorcentrum in de jaren zeventig en tachtig (met dank aan Johan Veenstra)

Maar de verhalen en herinneringen waren eigenlijk al bij de koffie aan het begin van dit bijzondere uitje losgekomen na het zien van foto’s uit de tijd dat al die gebouwen er nog wel stonden (uit de archieven van de Historische Kring Bussum en het Instituut voor Beeld en Geluid). De voormalig-chefs memoreerden aan de moeizame vooruitgang, uitbreidingen en professionalisering op televisie-facilitair gebied. Vooruitgang van de NTS was in de ogen van de omroepverenigingen bedreigend, omdat de NTS/NOS immers ook een zendgemachtigde en dus een concurrent was. Het model van de BBC zagen Van der Does en Biesiot wel zitten, maar gezien de politieke situatie was dat toen ondenkbaar. En als de decorontwerpers in dienst waren getreden bij de omroepen? Dan was er weer geen afdeling geweest waarbinnen jonge ontwerpers, afgestudeerd in publiciteit of grafisch ontwerp -een opleiding scenografie bestond nog niet-, het vak hadden kunnen leren.

We eindigden het nostalgische tripje op een symbolische plek: (voorbouw)hal C. In deze ruimte projecteerde Biesiot eind jaren tachtig zijn plan voor een ‘exodus’ van decorontwerp uit de verstikkende ‘marmergroeve’. Zou de afdeling decorontwerp niet beter af zijn met een zelf geïnitieerde uitbraak, dan zinloos te blijven vechten om hun positie binnen de NOS te behouden? We zullen het nooit weten want in hal C kwam geen ‘New Babylon’, zoals Biesiot dat zich toen voorstelde. En zo hebben we in een middag alle lokaties die een rol speelden in de geschiedenis van de afdeling decorontwerp bezocht, van de twee kleine kamertjes in het Maagdenhuis tot de toekomstdroom in Hal C.

Collectie Biesiot: bijna klaar

Reeds! Alle ontwerpen, foto’s, maquettes en documenten uit het archief van Freek Biesot hebben een nummer, beschrijving en zijn gekoppeld aan de juiste programmatitel en uitzenddata. De kar met zuurvrije archiefdozen is overgebracht van de decorhal van Hollandse Handen naar het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

wikiEen hele heisa, maar we zijn er nog niet helemaal. Zoals aangekondigd hebben Freek en ik de mooiste en meest bijzondere stukken uit zijn collectie van veertig jaar decorontwerpen gefotografeerd. Stukje bij beetje komt dat materiaal online te staan in de Beeldengeluiwiki.nl en op de persoonlijke website van Freek. De laatste is nog in aanbouw, maar in de wiki zijn al een aantal ontwerpschetsen en maquettes uit de schenking te zien. In de rechter kolom van zijn Oeuvrelijst is te zien welke programma’s al een zogeheten Gallery met beeldmateriaal hebben. De ontwerpen en maquettes voor Barend is weer bezig, Waar heb dat nou voor nodig en Van Oekel’s Discohoek staan bijvoorbeeld al online. Verdomd interessant!

Misj Brouer: afdelingssecretaresse 1974-1975

Misj Brouer, in 1974-1975 en 1978 afdelingssecretaresse bij de afdeling decorontwerp, was op zolder vanwege de kerstspullen en kwam met onderstaande foto’s terug. Ze zijn genomen bij het afscheid van Fokke Duetz, Jenny van der Geest en Misj (die toen nog Miesje heette) zelf op 2 april 1975. Misj: “Op het feest was Willy Alfredo, die gedichten maakte over ons drieeën. Hij had alleen geen goede info, want ik zat NIET naast mijn man, maar naast Guus van den Heuvel, die hij voor mijn man aanzag en daarop dichtte. Hilariteit alom!”

Misje Brouer wordt in 1974 door Randstad uitgezonden naar de NOS als afdelingssecretaresse. Misj: “Ik kom aan in de kantoortuin, niemand te zien, ik ga zitten en paar minuten en niemand in zicht, ga ik dwalen. Kijk om elk schotje, roep ”hallo”, maar ‘t blijft akelig stil. Net als ik op wil stappen komt er iemand uit de lift, ik stort me op die persoon en zeg dat ik hier ben om te werken maar al een hele tijd zit en niemand zie. “Ze hebben de chef afgezet en zijn aan het vergaderen” en weg is hij weer.”

“Leuk bedrijf? Ik vertrek. Bel een paar uur later op, of ik nog nodig ben? Meer dan ooit! Dus de volgende dag weer op de fiets naar de decortuin. Als ik deze keer kom word ik een bureau gewezen en gevraagd of ik een doos wil zoeken er een gleuf in wil maken en er een stembus van wil maken. Dat op zich was een ‘bijzondere’ eerste opdracht. Men stemde voor Freek Biesiot, dat werd mijn baas en wat voor een? Decorontwerper en plots tot ‘baas’ gebombardeerd. Populair, dat ongetwijfeld, gezien het stemmenaantal. Hervormen wilde hij graag, maar ‘baas spelen’… Niet echt!”

Als afdelinssecretaresse werkt Misj dus veel samen met de nieuwe chef, die er niet bepaald uitziet als een chef. In Freeks archief zit het volgende Sinterklaas gedichtje. Het bijbehorende cadeau: een naaisetje.

Freek’s pad gaat niet over rozen,
want hij is tot manager gekozen.
Hij zit konstant in de staf
en loopt allerlei vergaderingen af.
Heeft echter weinig kleding smaak
en kleedt zich maar raak.
Naar “hele” kleren kun je fluiten,
laatst nog: Een trui binnenstebuiten!
Of één met gaten,
dat valt niet weg te praten.
Er moet wat worden gedaan,
er moet iémand achteraan,
er moet iemand worden gepaaid,
die voor hem naait.
Met deze hulp doe je het zelf misschien,
enfin… dat zullen we wel zien.
Ook geeft Sint je ‘n kam voor je haar,
wat dat zit ook vaak naar,
zo’n warrige haardos,
zo’n ruige bos.
Persoonlijkheid of niet,
‘t uiterlijk is het eerste wat je ziet.
De Sint wenst je deze 6 maanden succes
en geeft je deze les:

Blijf jezelf ondanks alles,
draag alles wat gek en mal-is,
maar zorg dat het heel is,
als het niet teveel is,
kam eens je haar,
da’s toch niet té zwaar?
Verder veel succes gegund,
zolang je deze afdeling runt.

De Sint

Freek Biesiot: filmproducties

Een van de doelen van het onderzoeksproject is het in kaart brengen van ontwerperfgoed van decorontwerpers. Wat is er nog bewaard gebleven en waar is het te zien? Dat erfgoed vormt immers de basis voor het onderzoek. Het is natuurlijk nog beter wanneer de opgespoorde prive-collecties ondergebracht kunnen worden bij instellingen die een duurzame conservering en ontsluiting van het materiaal kunnen waarborgen.

Zoals jullie weten heeft Freek zijn archief aangeboden aan het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Deze zomer zijn Freek en ik begonnen met het beschrijven, digitaliseren en onderzoeken van het archief. Dat is veel werk geweest, maar het einde is in zicht. Op de valreep van 2013 konden we alvast het artwork en andere stukken met betrekking tot filmproducties overdragen aan Eye Filminstituut. Freeks materiaal gaat deel uitmaken van de zogeheten Filmgerelateerde Collecties. Hieronder vallen bijvoorbeeld archieven van regisseurs Bert Haanstra, Fons Rademakers, Pim de la Parra, Wim Verstappen, Frans Weisz en Rudolf van den Berg, maar ook archieven van scenaristen, producenten en filminstellingen als de Nederlandse Bioscoop Bond. De persoonsarchieven bestaan onder andere uit brieven, notulen, scenarioversies, productierapporten en begrotingen. Een aantal inventarissen zijn online te raadplegen op http://filmdingen.wordpress.com/.

Soeluh van den Berg en Piet Dirkx van EYE bekijken de schenking van Freek Biesiot.

Soeluh van den Berg en Piet Dirkx van EYE bekijken de schenking van Freek Biesiot.

De schenking van Freek aan EYE bevat ontwerpschetsen, detailtekeningen en lokatiefoto’s voor De avonden (Rudolf van den Berg, 1989); schetsen en detailtekeningen voor Vroeger is dood (Ine Schenkkan, 1987); schetsen, detailtekeningen, script en knipsels van Nitwits (Nicolai van der Heyde, 1987); setfoto’s en omschrijvingen/schetsen van alle filmlokaties voor De kleine blonde dood (Jean van de Velde, 1993). Daarnaast zijn de ontwerpen voor de renovatie van Studio Duivendrecht in 1993 en een afficheontwerp voor Het debuut (Nouchka van Brakel, 1977) naar EYE gegaan.

Het op deze manier opsplitsen van een prive-archief is misschien niet gebruikelijk. We zouden er ook voor kunnen kiezen het oeuvre bij elkaar te houden, zodat de collectie een compleet beeld geeft van het werk van de schenker. Maar als je kijkt naar toekomstig gebruik van het erfgoed is opspliting wel een goed idee. Beeld en Geluid zal bijvoorbeeld niet zo snel een tentoonstelling over Nederlandse film organiseren waar de ontwerpschetsen van De avonden een plek zouden kunnen krijgen. En een onderzoeker die iets wil weten van het vak artdirection of productiondesign voor film, zal toch eerst bij EYE gaan zoeken. Zodoende hebben we de collectie van Freek opgesplitst in film-, televisie- en theaterproducties. Voor erfgoed op het gebied van theater liggen de zaken helaas wat ingewikkeld door de opheffing van het Theater Instituut Nederland. Het televisie-erfgoed van Freek gaat eind januari definitief naar de depots van Beeld en Geluid en het film gerelateerde materiaal is nu alvast veilig ondergebracht bij EYE.

Herinneringen aan: Wim Bijmoer

In de rubriek ‘Herinneringen aan’ verhalen over decorontwerpers en ontwerpassistenten die er niet meer zijn. Deze keer: Wim (Willem) Bijmoer (1914-2000)

Freek Biesiot: “Willem Bijmoer was een theaterman en dat merkte je als hij in de buurt was. Grote gebaren, enorme stembuigingen, prachtige verhalen compleet met stemimitaties. Ko van Dijk kon hij goed nadoen, dan liet hij zijn stem bulderen. Hij was een bezeten tekenaar die tot tien enorme vellen op een dag volschilderde. Zijn talent had een keerzijde. Er waren maar enkele regisseurs die zijn enorme presence in de door hen gewenste richting konden sturen. Bovendien zijn zwierige schetsen niet altijd te vertalen in realiseerbare constructies van hout en schotten. De technisch tekenaars vervielen soms in wanhoop. Auk de Vries werkte vaak als zijn assistent, dat was een goede combinatie.”

Decorschets van Wim Bijmoer voor Café Chantant in het programma Hollandse glorie van Walter van der Kamp (AVRO, 1976). Decorontwerp voor deze productie deed Bijmoer samen met Theun van de Woestijne.

Decorschets van Wim Bijmoer voor Café Chantant in het programma Hollandse glorie van Walter van der Kamp (AVRO, 1976). Decorontwerp voor deze productie deed Bijmoer samen met Theun van de Woestijne. Collectie: Cor Straatmeijer.

“Hier openbaarde zich het verschil tussen theater en NOS. Bij theater kan je als ontwerper meestal met een klein vast decorbedrijf werken, met directe verbindingslijnen en intensief contact. In vergelijking was de NOS een enorm en vaak bureaucratisch, onpersoonlijk bedrijf waar alles via papier geregeld moest worden. Om te voorkomen dat de tekeningen mooier waren dan het resultaat was Bijmoer vaak te vinden bij de jongens van de bouw.”

Leo Ooijkaas stuurde een herinnering op die daar mooi bij aansluit:”Wanneer Wim -Willem noemden wij hem- Bijmoer bij de voorbouw van een door hem ontworpen decor even kwam kijken hoe het ging, presenteerde hij alle bouwers die met het decor bezig waren een sigaret uit een net nieuw geopend pakje. Roken was toen nog heel gewoon en bijna iedereen rookte. Nadat het decor bekeken en besproken was liet hij altijd het geopende pakje op de werkbank achter als extraatje voor de jongens. Zonder er iets over te zeggen, alsof hij het gewoon vergeten was. Ik vond dit altijd typisch iets voor een oude sociaaldemocraat, maar het was ook een beetje vooroorlogs.”

Freek Biesiot: “Willem was tegen elke vorm van machts-baasjes gedrag en enorm loyaal aan de afdeling. Hij kon geweldig kankeren op de bureaucratische wantoestanden. Op vergaderingen zat hij grommend van ergernis zich te verbijten om dan plotseling met een sprankelende anekdote de hele spanning te laten wegvloeien.”

“Willem wist veel van kunstgeschiedenis. Op latere leeftijd ging hij geillustreerde boekjes maken van zijn reizen. Daarin tekende en schreef hij dan over de lokale architectuur, decoratieve patronen, kunstgeschiedenis van de streek. Zo onderwees hij de jonge ontwerpers een beetje.” Hieronder zie je een aantal pagina’s uit zo’n boekje van een reis naar Griekenland (uit de collectie van Beeld en Geluid).

Ook een herinnering of verhaal delen? Stuur een berichtje aan info@vormvanvermaak.nl of aan Freek Biesiot.

Het begin: de sollicitatie van Freek Biesiot

Begin bij het begin: de sollicitatie. Hoe komen de decorontwerpers binnen bij de NTS? Wat wordt er van hun gevraagd? Freek Biesiot trapt deze rubriek af met zijn verhaal over hoe het begon.

In 1965 was ik afgestudeerd aan de KABK in Den Haag, afdeling grafische en typografische vormgeving. Op zoek naar werk kwam ik een advertentie tegen waarin de NTS een ontwerper zocht, ik solliciteerde en kwam met mijn map ontwerpen op ‘auditie’ bij Jan van der Does en de personeelschef en de secretaresse van de heer Van der Dool, Jeanette (een ‘tüchtige Dame) Er zaten ongeveer twintig kandidaten in de wachtkamer, net alsof je bij de tandarts was. Tijdens het gesprek kwam ik er pas achter dat het om een Decorontwerper ging, ik had daar eigenlijk nog nooit over nagedacht, dat dat bestond! Maar ik zei ad rem dat ik dat altijd al had willen worden, maar dat daar geen opleiding in Nederland voor bestond. Ze gaven ze mij een bloknote met gelinieerd papier en een potloodje en werd ik in een kamertje gelaten met de opdracht een decor te ontwerpen voor een muzikaal combo met een zangeres. Je weet dat het gladde papier en een HB potlood nu niet bepaald ideaal zijn om iets behoorlijks te tekenen maar, met het zweet in mijn handen ben ik toch maar gaan krassen. Een uur later werd ik weer opgehaald en ik kon gaan.

Twee maanden later, het was inmiddels augustus, had ik nog niets gehoord dus ik belde maar eens op of ik nog een kans maakte. Nadat ik diverse malen was doorverbonden kreeg ik Jan van der Does aan de telefoon, die verbaasd reageerde op mijn vraag, ja, ik was aangenomen en ik moest me al de volgende week, 1 september melden! Dat kon niet want ik moest nog een freelance opdracht van het ICEM comité afmaken, een maand later stapte ik dus die villa in de Emmastraat binnen. Oh, dat kwam slecht uit want Van der Does moest naar een bespreking. Ik werd naar zolder gestuurd waar Gerard Buurman van de Maquette afdeling mij opving. Hij gaf me een stapel afgebrande lucifers en ‘ga maar wat in elkaar zetten’. Kort daarop kreeg ik de opdracht om een tentoonstelling te ontwerpen, waar geen van de andere ontwerpers zin in had. Het was voor een tentoonstelling over de radio-geschiedenis van de VARA naar aanleiding van 40-jarig bestaan. Die tekening heb ik bewaard. Mijn eerste ontwerp op dat ongelukkige doorzichtige papier, het was mijn eerste succesje, ik werd goedgekeurd.

VARA tentoonstelling, oktober 1964, Freek Biesiot. © Beeld en Geluid

VARA tentoonstelling, oktober 1965, Freek Biesiot. © Beeld en Geluid

Van Arnold Kroon, toen nog assistent/tekenaar, heb ik eigenlijk het vak geleerd. Hij was decor-timmerman geweest en een bijzonder goede constructeur. Als net afgestudeerd grafisch ontwerper wist ik niets van ruimtelijk ontwerpen en nog minder van bouwconstructies. Ik maakte een tekening en Arnold maakte er dan een uitvoerbaar decor van, alles in goed overleg. Massimo Götz was eigenlijk aangewezen als mijn “mentor”, maar die had niet zo veel tijd voor om zo’n joch op te leiden. Massimo gaf mij een oefenopdracht om een decor te ontwerpen voor een opera van Mozart. Dus ik aan de gang met allerlei Rococo ornamenten. Peter Zwart kwam de kamer binnenlopen en vroeg met barse stem wie ik was en wat ik aan het doen was. “Zo, zo,” zei hij: “denk jij dat dat Rococo is? Massimo stuur die man naar de stijlkamers in Utrecht!” Met schade en schande leerde ik het vak.

Ook je verhaal over je sollicitatie of eerste werkdag delen op het blog? Mail of bel je verhaal door aan Liselotte.

Hoeken, nissen en schuine wanden

VPRO gids-34-2013

Elja Looijestijn, “Waar is de slaapkamer? Fictiehuizen uit film en tv” in de VPRO gids # 34, 2013, p. 14-15.

Iñaki Aliste Lizarralde doet ongeveer het omgekeerde van wat een decorontwerper doet. Hij reconstrueert op basis van vele uren televisiekijken de huizen uit populaire series als Dexter, Friends en Frasier. Soms klopt er iets niet, een toilet is verplaatst of er komt ineens een extra entree bij (Dexter). In sommige sets zijn de hoeken van de muren groter dan 90 graden zodat in een kleine ruimte toch genoeg plaats is voor alle meubels en acteurs. Iets anders wat Lizzarralde is opgevallen:  veel sets zijn gebouwd in trapeziumvorm. Een vorm die in de architectuur niet erg vaak gebruikt wordt voor woningen, maar op de televisie dus wel. Het appartement van Frasier (te zien via deze link) is daar een duidelijk voorbeeld van. Maar Lizzarralde negeert die die televisie- en theatertrucs en probeert er min of meer normale appartementen van te tekenen. Het verschil is goed te zien in de twee versies van Jerry Seinsfeld’s flatje (te zien via deze link).

In het oeuvre van Freek Biesiot is een heel mooi voorbeeld waar hij bovenstaande principes toepast: het huis van de familie Van Egters voor de speelfilm De Avonden van regisseur Rudolf van den Berg uit 1989. Zoals je op de plattegrond en in de schetsen ziet, bestaat het uit veel schuine wanden en hoeken. Zeker in de woonkamer is er nauwelijks een leeg stukje muur te zien en in elk shot zijn zodoende hoeken in beeld. Dan zijn er nog overal tafeltjes, kastjes, ramen, lampen en deuren. Het wordt zo een beklemmende ruimte waarin Frits van Egters opgesloten zit en waar de familieleden altijd net té dicht op elkaar zitten. Mooi is ook het overdreven perspectief in de schetsen wat dat gevoel nog eens onderstreept, maar tegelijkertijd genoeg ruimte overlaat voor camera’s en acteurs.