to do: zomertentoonstellingen

De zomer van Drupsteen – Hilversum & Enschede
Dit weekend gaat ‘De zomer van Jaap Drupsteen’ van start. Zaterdag opent een overzichtstentoonstelling in Museum Hilversum, maar vooral in Enschede dreigt het zeer bijzonder te gaan worden. Daar is vanaf zondag voor het eerst een kolossaal nieuw werk van Drupsteen, door Fay Lovsky eens ‘The rythm painter’ genoemd, te zien, dat als volgt omschreven wordt: “Stel je een ruimte voor van ruim 400 vierkante meter met daarin twaalf kolossale, op wanden geprojecteerde, abstracte beelden. Licht hypnotiserende abstracties die zich blijven ontwikkelen. De beelden pulseren mee op het ritme van zeven verschillende muziekstromen die gesynchroniseerd zijn op één tempo. Beeld en muziek vloeien samen tot één sublieme ervaring, ofwel Synchresis. Het beeld swingt, net als de muziek.” Daarnaast is er deze hele zomer in Enschede een uitgebreid randprogramma met optredens en presentaties. Meer informatie en het programma vind je op Rijksmuseumtwenthe.nl

Karel Appel: De Opera – COBRA (tot 18 mei)
Appel ontwierp begin jaren negentig op uitnodiging van Pierre Audi een aantal malen decor en kostuums voor De Nationale Opera. De decorstukken die in deze uitvoeringen zijn gebruikt zijn tot en met 18 mei te zien bij Cobra in Amstelveen. Meer informatie en foto’s bij NRC.

Wonen in de Amsterdamse school – Stedelijk Museum (tot 28 augustus)
Bij het Stedelijk Museum is afgelopen week een bezoek-waardige tentoonstelling geopend over de Amsterdamse School. De nadruk ligt op meubel- en interieurontwerp, maar er zijn ook een aantal stukken te zien uit de collectie van het TheaterInstituut (nu Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam), zoals maskers van Hildo Krop en theaterdecorontwerpen van H. Th. Wijdeveld. De stukken en informatie daarover staan ook online op de site van de Theatercollectie.

Curtain up – V&A Londen (tot 31 aug 2016)
In deze tentoonstelling aandacht voor de twee bekendste theaterdistricten, Londens West End en New Yorks Broadway. De tentoonstelling is ontworpen door Tom Piper en RFK Arcitects en belooft een kijkje achter de schermen bij alle aspecten van een theaterproductie. Veel kostuums, decorontwerpen, maquettes, foto’s en films te zien dus van wereldberoemde shows als The Phantom of the Opera (link naar kostuumontwerp Phantom van Maria Bjornson) tot The Lion King. Vanaf oktober is de tentoonstelling te zien in de New York Public Library.

Revolution of the Eye – diverse lokaties VS
Deze tentoonstelling toont kruisbestuiving tussen moderne kunststromingen en de bloei van de Amerikaanse televisie in de vroege jaren vijftig. Televisiepioniers en de kunstwereld stonden in die tijd dichter bij elkaar dan nu, ook in Nederland trouwens. Tot 31 july 2016 staat deze reizende expo in Addisson Gallery of American Art in Andover, Massachusetts. Niet echt om de hoek, maar gelukkig is er een mooie catalogus verkrijgbaar via Bol.com.

Meer groente

Voedingsadviezen zijn van alle tijden. In het archief van Roland de Groot vind ik deze filmstills uit een animatiefilm van het productschap voor groente en fruit. De film is gemaakt bij Toonder Studio’s, waar De Groot dan als freelancer werkt, en vertoond op de landbouwtentoonstelling van 1961 in Rotterdam. Groenten en fruit hebben de hoofdrol en zo hoort het ook volgens de nieuwste schijf van vijf die het Voedingscentrum gisteren lanceerde.

Notulen: de eerste assistenten van Peter Zwart

De notulen van de Nederlandse Televisie Stichting zijn in te zien bij het Nationaal Archief in Den Haag. Het is tamelijk droge materie en ik krijg wel een beetje medelijden met de bestuursleden die met uiterste zorgvuldigheid moeten navigeren tussen de belangen met de Nederlandse Bond voor Toonkunstenaars, de PTT, NOZEMA, de BUMA, de Nederlandse Radio Unie, Nederlandse Vereniging van Toneelspelers, het ministerie van OK&W, het KNMI, de Bioscoopbond, de KNVB, Philips en niet in de laatste plaats de belangen van hun eigen omroepverenigingen. Maar heel soms gaat het ook even over de NTS en de NTS-ers.

Zo zijn er een aantal nieuwe namen naar boven gekomen van de allereerste medewerkers van de afdeling Decor. Het gaat om een aantal assistenten van Peter Zwart die allen maar zeer kort in dienst zijn geweest. Ik stel ze hier voor op basis van de informatie uit de notulen van het Dagelijks Bestuur, en misschien komt er langs deze weg nog nieuwe informatie over deze mensen naar voren.

De heer Mulders
Op 31 juli 1952 komt Peter Zwart in dienst bij de NTS, in de notulen staat dat tegelijkertijd de heer Mulders als zijn assistent is aangesteld. Het is niet bekend hoe Mulders bij de televisie of bij Zwart terecht is gekomen. Erg lang duurt zijn aanstelling niet want in september is men al op zoek naar vervanging.

De heer Hafmans
Hafmans solliciteert in september 1952 op de vrijgekomen vacature. Ook van hem is niets bekend. Hafmans houdt de eer aan zichzelf en trekt zijn sollicitatie weer in; de werkkring lijkt hem te zwaar. Hierna komt Peter Zwart zelf met een aanbeveling: Jan Pet.

Jan Pet
Peter Zwart kende hem vermoedelijk op een of andere manier alvoor hij hem bij het bestuur aanbeveelt als zijn assistent. Rengelink nodigt Pet uit en bevindt hem geschikt voor de fuctie. Op 18 oktober 1952 besluit het Dagelijks Bestuur Pet in dienst te nemen met twee maanden proeftijd. Die doorstaat hij goed en per 1 januari 1953 krijgt hij een vast contract. Jac Hey, die tot die tijd altijd als freelancer werkte, komt op dat moment eveneens in vaste dienst. Uit de notulen blijkt verder dat Pet ergens voor 2 februari 1954 getrouwd is, hij bedankt het Dagelijks Bestuur voor hun belangstelling daarbij.

Mei 1954 of eerder wordt Pet ziek. Hij krijgt een fruitmand van het Dagelijks Bestuur. Aanvankelijk lijkt het een ontsteking in de rug, maar het blijkt huidkanker te zijn. De behandelend arts in Utrecht adviseert hem om zo snel mogelijk naar de Universiteitskliniek in Bonn af te reizen voor verdergaande behandeling. Pet vertrekt naar Bonn en verzuimt dit te melden aan het Personeelsfonds waardoor hij officieel de kosten niet vergoed kan krijgen. In de vergadering van 11 februari 1954 doen de bestuursleden hun best een oplossing te vinden. Men besluit een derde van alle verpleegkosten te betalen. In juni 1955 verblijft Pet in China, uit de brief die hij naar zijn NTS-collega’s stuurt blijkt dat hij nog hoop op genezing koestert. Hij schrijft dat hij ‘graag gauw weer terug in Bussum wil zijn’.

R.G. van Midden
Van Midden komt eind januari als jongste assistent bij de decorafdeling van Zwart. Van Midden is op dat moment 16 jaar en hij verdient 16 gulden per week. Ter vergelijking: Pet en Hey verdienen ongeveer 80 gulden per week. In februari 1954 laat Van Midden bij de uitbetaling van zijn salaris aan de personeelsfunctionaris weten dat dit zijn laatste salaris is. Zwart heeft hem gezegd ontslag te nemen omdat hij niet voldoet. De personeelsfunctionaris acht de gang van zaken onjuist, omdat Zwart hem eerst op de hoogte had moeten brengen. De kwestie wordt onderzocht, maar komt later in de notulen niet meer terug.

Waarschijnlijk is dit een portret van R.G. van Midden

Waarschijnlijk is dit een portret van R.G. van Midden

Van Midden wordt niet oud. September 1957 raakt hij samen met Egbert Schafer, zijn buurjongen uit de Planetenstraat in Hilversum, vermist in de Grossvenediger bergen tijdens een sneeuwstorm. Een groep Nederlandse klimmers had ze nog gewaarschuwd, maar de jongens gingen door. Enkele dagen later worden ze doodgevroren gevonden in een half afgemaakte ijshut samen met een eveneens vermiste Duitse douanebeambte. De krantenberichten die over het ongeval schrijven melden dat Van Midden bouwkunde studeerde.

Glorietijd van de spelshows

NTR geschiedenisprogramma Andere Tijden besteedt aankomende zaterdag de uitzending aan spelshows. Roland de Groot is een van de geïnterviewden, verder spraken de makers met Fred Oster (showmaster), Hans Peters (producent Sterrenshow), Maurice Koopman (VARA-televisiedirecteur), Cees den Daas (TROS-directeur) en Joop van den Ende (producent en studio-eigenaar 1-2-3- show). Op de site van Andere Tijden zijn nog aanvullende fragmenten, artikelen en foto’s te zien: De hoofdprijs… spelshows!

En hier een overzicht van decortekeningen en foto’s van de programma’s in kwestie die tijdens mijn onderzoek naar de voormalige decorafdeling zijn gedigitaliseerd. Indien bekend staan uitzenddata in de beschrijving.

De Willem Ruis Lotto show (VARA 1981-1984)
Decor: Hub Berkers

1-2-3 show (KRO 1983-1986)
Decor: Roland de Groot

Showbizzquiz (TROS 1978-1985)
Decor: Frank Rosen

(in het boek Vorm van vermaak abusievelijk toegeschreven aan Roland de Groot)

Showbizzquiz (TROS 1985)
Decor: Roland de Groot 

Sterrenshow (VARA 1984-1986)
Decor: Hub Berkers

 

Opgelost: 1956 Wie is deze man?

56-04 ambachtsschool (3)Het houdt me al een groot deel van de dag bezig en daarom gooi ik het maar even in de groep. Wie is deze man die in 1956 op de afdeling Decorontwerp werkt?

Ik kom hem in 1956 twee keer tegen, maar anders dan dat… geen spoor. De eerste keer is op een foto (gepubliceerd in het NTS jaarverslag van 1956) die in april gemaakt is, vlak na de verhuizing naar de eerste etage van de Ambachtsschool in Bussum. Daarom zijn de wandjes en bureau’s op de foto nog maagdelijk leeg. Aan de linkerkant langs de ramen zitten Cor Hermeler, Jan van der Does, Fokke Duetz en in de hoek is het kantoor van Peter Zwart. De laatste twee ontwerpers zijn druk in overleg met een regisseur. Mocht je de regisseurs herkennen dan krijg je een pluim, maar ik ben vooral benieuwd naar de man die aan de rechterkant achter het tussenwandje zit. Het is een man met donker haar, een bril met donker montuur, een ovaal en een beetje een plat gezicht.

Bron: NTS jaarverslag 1956

Bron: NTS jaarverslag 1956

Het is zeer waarschijnlijk dezelfde man die ook in de NTS julieumfilm Wij zijn vijf te zien is. De opnames hiervoor zijn iets later dan de foto hierboven, het bureautje is inmiddels voller met stapels en attributen. Jan van der Does is vanwege het vervullen van dienstplicht afwezig, en dus zijn Cor Hermeler en de onbekende man een stukje opgeschoven. Het lijkt dezelfde man te zijn; donker haar en een bril. Hij staat gebogen over een titelrol.

Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956), Collectie Beeld en Geluid

Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956), Collectie Beeld en Geluid

Ik geef een aantal verschillende opties:

  1. Het is Ger van Essen. Er is enige gelijkenis, maar Van Essen draagt geen bril en begon vermoedelijk pas in oktober 1957
  2. Het is Hans Moolenaar. Ik ken maar één foto van Hans Moolenaar en daarop draagt hij bijna niets, ook geen bril. Zijn gezicht lijkt in ieder geval veel ronder dan van de man op bovenstaande foto’s, maar ik kan het natuurlijk mis hebben. Ik weet niet precies wanneer Moolenaar begon, dat is mogelijk eerder dan Ger van Essen geweest. Moolenaar trad 1 maart 1956, ca 1 maand voor de verhuizing naar de Ambachtsschool, in dienst bij de NTS als aankomend grafisch tekenaar. Het is dus vrijwel zeker dat hij de man is die op bovenstaande foto en film staat.
  3. Het is Otto Dicke. Dicke illustreerde in de jaren vijftig voor de VARA gids en uit de audiovisuele catalogus van Beeld en Geluid blijkt dat hij begin jaren zestig met enige regelmaat als illustrator aan programma’s werkte. Hij heeft dus een connectie met de omroep, misschien werkte hij in 1956 als freelance illustrator/graficus bij de NTS? Ver gezocht wellicht, maar zeker op de eerste foto is er gelijkenis. Probleem: Dicke woonde zijn hele leven in Dordrecht.
  4. Het is Jan Pet. Probleem: Pet is waarschijnlijk al eind 1955 of begin 1956 overleden, hij verblijft dan in ieder geval in een verpleegtehuis in Bonn. Bovendien draag Jan Pet geen bril en heeft hij aanzienlijk minder haar. Het is tot slot onwaarschijnlijk dat hij zich met grafisch werk (de titelrol) bezig hield, gezien het feit dat hij al vanaf oktober 1952 Peter Zwart assisteerde in het decorgebeuren.
  5. Het is iemand anders.

Laat je suggestie of reactie achter onder dit bericht!

NOStalgie

In verband met het jubilerende NOS journaal, Het oog op morgen en Jeugdjournaal organiseert de NOS aanstaande zondag 10 januari het Festival van het nieuws. Vooral de presentatie van Barbara Walet (chef regie) en Dennis Sibeijn (ontwerper) over de vormgeving van het journaal door de jaren heen is interessant (van 12:00 – 12:45 zaal 2 bij B&G). Let op, want je moet je hiervoor inschrijven!

Op dit blog is daar natuurlijk ook het een en ander over te vinden, zie bijvoorbeeld het stuk over de eerste journaalleader hieronder, of een van onderstaande blogposts:

Nog even over de eerste journaalleader

Het NOS journaal viert haar 60-jarig jubileum. Op de NOS site en op televisie zijn deze week verschillende terugblikken en artikelen te zien. Kijk bijvoorbeeld hier de aflevering van De reuni (KRO, 3-1-2016) terug waarin componist Stephen Emmer vertelt over de journaal-tune en waarin Patrick Lodiers de originele ‘journaal-gong’ een lel geeft.

Helaas mocht dat niet bij de opening van de tentoonstelling Show me the news die ik voor Museum Hilversum bedacht en samenstelde. Misschien had ik iets harder aan moeten dringen bij de conservator van het Tropenmuseum die de gong in bruikleen gaf… Maar ik was eigenlijk al blij dat hij überhaubt gevonden was. Want dat dit muziekinstrument jarenlang het herkenningsgeluid voor het journaal dienst had gedaan (niet de gong zelf natuurlijk, maar een geluidsopname op plaat), stond natuurlijk nergens in hun catalogus vermeld.

Gelukkig wist de conservator nog iemand op te sporen die in 1995 had geholpen toen Stephen Emmer (componist), Geert van Ooijen (grafisch ontwerp) en Dirk Debou (decor) de ‘come-back van de gong’ als adagium van de nieuwe journaal vormgeving kozen en daarvoor het geluid van die oude, orginele journaalgong nodig hadden. De nieuwe opname viel een beetje tegen, er zat volgens Emmer een scheur in de gong, maar hij wist er met wat handigheid weer een indrukwekkend geluid van te maken.

Maar even terug naar die eerste leader. De anekdote over de benen van de balletdanseres die Lodiers aanhaalt, is bekend en kenmerkend voor de moeizame relatie tussen de omroepverenigingen en de journaalredactie: de benen gingen er uit op last van de NCRV en zijn maar één keer uitgezonden. Het waren immers de omroepverenigingen die bepaalden hoe het journaal er uit zag en de NCRV vond blote benen zeer onchristelijk.

Er zijn bij mij wat vraagtekens bij dit mooie verhaal gerezen. Werd de leader inderdaad direct al na de eerste uitzending aangepast, kon de prille journaal redactie zó snel een een andere leader maken? En hoe zag de ‘beenloze’ journaal-leader er eigenlijk uit? Er is weinig beeldmateriaal om op af te gaan, alleen van de allereerste NTS Journaal uitzending – mét benen – is een telerecording gemaakt (hier te zien), verder zijn er alleen nieuwsitems bewaard gebleven en niets van de uitzendingen zelf.

De notulen van het Dagelijks Bestuur (DB) van de NTS en van de Televisie Coördinatie Commissie (TCC), opgeslagen bij het Nationaal Archief (Nederlandse Omroepstichting, nummer toegang 2.25.70, inventarisnummer 121) geven iets meer opheldering. Het DB bestaat uit afgevaardigden van de omroepverenigingen die tezamen de leiding hebben over de NTS en de TCC is een commissie onder voorzitting van NTS commissaris Rengelink waarin de hoofden van de televisie-secties van de omroepverenigingen zitting hebben. De TCC signaleert in de regel de misstanden en problemen waarop het DB reageert met beleid en besluiten.

Op 7 januari, twee dagen na de uitzending komt de TCC bij elkaar. Enkele leden vinden de leader van het NTS journaal ‘niet volledig geslaagd’, met name de ballet scene noemt men ‘minder gelukkig’. Na ‘ampele discussie’ is men het over eens dat het NTS journaal voortaan zonder leader uitgezonden moet worden. Enkele dagen later bespreekt het DB de kwestie journaal-leader: er zal een nieuwe leader moeten komen. Als dat op korte termijn niet mogelijk blijkt, dat moeten alleen de laatste twee ‘flitsen’ vervangen worden. Het is niet duidelijk welke ‘flitsen’ men bedoeld, want de laatste twee flitsen zijn namelijk de zwemsters en de koets van Prinsjesdag. Dat kan een vergissing zijn, maar mogelijk waren er naast de ‘balletbenen’ ook bezwaren tegen de zwemsters en/of het koningshuis. Het DB besluit de leader te behouden tot er een nieuwe is, en die moet uiterlijk binnen drie weken gereed zijn.

Drie weken worden drie maanden. Eind 19 maart 1956 wordt gemeld in de vergadering van het DB dat de nieuwe leader nog dezelfde maand gereed komt. Het blijft daarna stil. Pas op 23 september 1957 staat het onderwerp weer op de agenda. Het DB wordt ongeduldig en vraagt zich af hoe hoe het met de vorderingen staat voor de nieuwe leader. Ze dringen er op aan dat deze moet nu eindelijk moet worden gerealiseerd. Er is dus tussentijds niets aangepast, zo lijkt het tenminste.

Ergens tussen 23 september 1957 en 28 mei 1958 gebeurt het dan eindelijk: de journaal-leader is aangepast. Bewijs hiervoor komt niet uit de notulen maar uit een ingezonden brief aan De Telegraaf. Ene E. Beffie reageert op de polemiek over het wel of niet in beeld komen van de weerman. Een zaak van ondergeschikt belang vondt deze tv-kijker, want de leader, dat is het échte probleem waarvan de kijker verlost moet worden. Beffie schrijft: “Die modderbak stort zijn inhoud nu al maanden lang in mijn huiskamer, ik ben er misselijk van om nog maar te zwijgen van de heren met de camera, de microscoop, het vliegtuig, de Ridderzaal en de badende juffrouwen” (Koninklijke Bibliotheek, De Telegraaf, 28-5-1958).

Geen woord dus over de blote ballet benen. Beffie noemt verder twee flitsen die niet in de allereerste journaal-leader zitten, namelijk ‘de Ridderzaal’ en ‘heren met een camera’. Het is dus waarschijnlijk zo gegaan: de blote benen zijn op last van de NCRV vervangen door ‘mannen met camera’ en de koninklijke koets is op last van een minder koningsgezinde omroepvereniging als bijvoorbeeld de VARA vervangen door beelden van de Ridderzaal. En dat alles is zo eind 1957/begin 1958 gebeurd. Nu maar hopen dat iemand eens de beenloze journaal-leader uit het archief opduikt, dan weten het zeker.

Of de brief van E. Beffie er iets mee te maken heeft weet ik niet, maar in de loop van 1958 verdwijnt deze journaal-leader van het scherm. Snelheid en soberheid is blijkbaar het nieuwe mantra want de nieuwe leader duurt maar enkele seconden. De leader toont de programmatitel en als ‘tune’ klinkt alleen nog het geluid van de gong. Dat deze leader zo kort is lokt geen ingezonden brieven uit en blijft heel lang in gebruik. Op den duur vormt de geringe lengte van deze leader wel een probleem achter de schermen als er zo vanaf 1966 af en toe een nieuwslezer in beeld komt. Die nieuwslezer moet namelijk zijn of haar plaatsje in de studio delen met omroepster en bloemstuk van dienst. “Dat was heel hectisch,” herinnert presentator Rien Huizing zich; “zodra de televisieomroepster had aangekondigd dat het Journaal begon, moest ik razendsnel op haar stoel gaan zitten, werd er gauw een wereldbol opgehangen (…)” (Rien Huizing in Iconen van het NOS Achtuurjournaal, 2012). En dat dus allemaal tijdens die paar seconden ‘boooiiiinnnng’.

Pas eind jaren tachtig begint het journaal zich serieus bezig te houden met presentatie en vormgeving. Het ontwerpen en componeren van de journaal-leader en -tune wordt een van de meest prestigieuze en gewilde opdrachten voor ontwerpers en componisten, die daar in nauwe samenwerking vorm aan geven. Was dat ook in 1956 al zo? De tune voor de eerste NTS journaal leader werd gecomponeerd door Dolf van der Linden, een bekende componist en dirigent van wat men destijds ‘lichte muziek’ noemde. Van de journaaltune bestaat nog de bladmuziek met daarbij aantekeningen die mogelijk verwijzen naar de filmfragmenten die men op het oog had. Zo is te lezen: ‘gezin auto’, ‘motorgeronk vliegtuig’ en ‘vertrek vliegtuig’. Er was dus sprake van enige coördinatie tussen de filmflitsen  – vermoedelijk geselecteerd door hoofdredacteur Carel Enkelaar, tweede man Roel Renssen en/of filmcutter Ton Majoor van Multifilm – en de componist om er een mooi op elkaar afgestemd geheel van te maken.

Was daar ook een ontwerper bij betrokken? Het is niet onmogelijk dat Ton Majoor zelf de titelkaarten maakte en bij Multifilm in Haarlem waar hij werkte waren zeker truc-filmers die zo’n animatie van zendstralen konden maken. Een andere mogelijk is dat het grafische werk door iemand van de NTS decorafdeling van Peter Zwart is gedaan. Zwart had in januari 1956 twee mensen onder zich die titelkaarten, grafiek en ‘animations’ konden vervaardigen (Cor Hermeler en Jan van der Does) en zelf had hij jaren eerder al herkenningsbeelden gemaakt voor een aantal omroepverenigingen (waaronder VARA). Tot op heden is er geen storyboard, ontwerptekening of opdrachtformulier voor de NTS journaal leader opgedoken, dus deze laatste vraag blijft helaas voorlopig onbeantwoord.

Decors van Dorus: Orlow Seunke

Kijktip: NPO Cultura staat deze week in het teken van het oeuvre van Orlow Seunke. Dorus van der Linden heeft een aantal maal met Seunke samengewerkt en stuurde mij deze herinneringen: 

“De korte film Pim en zijn hospita (1979) was mijn eerste kennismaking met de jonge, net van de filmacademie komende, regisseur Orlow Seunke. Ik was hem toegewezen als artdirector omdat de film werd gemaakt met medewerking van een omroepvereniging. Orlow had, zoals héél veel mensen uit de filmwereld, een grote achterdocht ten aanzien van mensen uit ‘het Hilversumse’. Werken bij de televisie was daar geen aanbeveling!

De eerste set die hij kwam bekijken was een slaapkamer waarin een koperen tafeltje met een driedelige make-upspiegel met daaromheen gedrapeerd ‘n soort kerstlampjes. Langs de spiegel had ik oude foto’s van filmsterren bevestigd, waaronder Buster Keaton. Daar was Orlow zeer mee in zijn sas. Toen ik hem vertelde dat ik met de eigenaar van de lokatie had afgesproken dat die de komende nachten in het bed in deze set zou slapen om zo de vouwen in de lakens (uit het NOS textielmagazijn) weg te krijgen, was Orlow pas écht overtuigd van mijn capaciteiten.

Orlow speelde zelf Pim, de hoofdrol in wat een serie korte films zou worden. In een van de afleveringen moest hij dronken in een Amsterdamse gracht fietsen. Toen ik op de rekwisietenlijst een fles wodka zag staan ben ik toch even met hem gaan praten. “Ja, als ik dronken moet spelen moet ik toch dronken zijn” zegt hij. Ik heb toen geantwoord: “Dus als je ‘n een-armige moet spelen gaat de zaag erin?” Dat zette hem denk ik toch aan het denken…

Ik heb daarna nog enkele afleveringen van Pim met.. met Orlow gedaan, en daarna korte films als Prettig weekend mijnheer Meyer (1977), Met voorbedachte rade (1978) en zijn eerste speelfilm De smaak van water (1982).  Ikzelf beschouw De smaak van water als de mooiste en meest indringende film waaraan ik heb mogen meewerken.

De smaak van water vertelt over een meisje (gespeeld door Dorijn Curvers) wat door haar ouders in een kast is opgesloten en wordt gevonden door een soort sociaal werker (Gerard Thoolen). Hij trekt zich haar lot aan, neemt haar op sleeptouw en daardoor stelt hij zijn huwelijk in de waagschaal. Bij het maken van het interieur in een oude diamantslijperij in Amsterdam vond ik het bijna voor de hand liggen dat het erg traditioneel zou zijn en dat er zwaar Christelijke afbeeldingen aan de muur hingen. Duidelijk herinner ik mij een Christus-portret met doornenkroon.

Er was voor deze productie een zeer beperkt budget beschikbaar, de medeproducenten van Orlow waren medestudenten van de filmacademie. De ouders van Orlow deden de catering en speelden zelfs nog ‘n rolletje in de film. Een van de (dramatische) scenes waarin een kind bij zijn ouders (gespeeld door de ouders van Orlow) wordt weggehaald heb ik helemaal zwart/wit ingericht met kramten in plaats van behang op de muren, ik herinnerde me dat uit mijn jeugd dat de muren werden vóórgeplakt met kranten waarna van behangen, uit armoede, jaren niets kwam. Door deze, ook financieel noodzakelijke soberheid heeft de film een beetje ‘n Oost-Europese sfeer gekregen.

De binnenkant van de kast waarin het kind ‘woonde’ als een dier, kon voor mij niet verschrikkelijk genoeg zijn. Nadat decorbouwer Willem de Leeuw op mijn aanwijzingen de binnenkant onderhanden had genomen, heb ik ongeveer een week lang etensresten uit de NOS-keuken mee naar de set genomen en daar de wanden van de kast mee bewerkt. Geen fris werkje maar het moest mijns inziens te gruwelijk voor woorden worden. Toen de opnamen begonnen stond dan de schimmel op de wanden en stonk het verschrikkelijk, Dorijn Curvers heeft speciaal een tetanus-injectie gekregen om er niet ziek van te worden. Bij het zien van de film in de bioscoop had ik de indruk de binnenkant van de kast nog te kunnen ruiken.”

Dorus van der Linden

 

Els Salomons: Twistgesprekken, Van A tot Z en Rust nog duur

Als je herinneringen wilt delen aan programma’s waar Els Salomons aan heeft gewerkt, laat dan een reactie achter onder dit bericht of via de mail.

 

Twistgesprekken met God (VPRO, 1967-1968)
Regie Bob Rooyens

Dominee ds. Barthold Van Ginkel gaat in dit programma in gesprek met mensen van verschillende geloofsovertuigingen. Hij legt vragen als: ‘Wat betekent de leuze ‘God is dood’ en: Is er leven na het graf? voor aan bijvoorbeeld een boeddhist, een medicus, bioloog, spiritist en een progressief katholiek. Een sterk inhoudelijk en progressief praatprogramma dus en dat betekent meestal: veel ‘talking heads’ in beeld.

Zo niet bij regisseur Bob Rooyens. Zijn regie en het decor van Salomons maken het programma visueel spannend. De deelnemers aan het groepsgesprek, man, vrouw, jong en oud, zitten drie rijen hoog en acht kolommen breed in hun eigen hokje. Het is niet zeker – er zijn alleen wat filminlassen bewaard gebleven – maar je zou denken dat het zitmeubeltje misschien ook wel iets zegt over de persoon waar het bij gekozen is. Lege plekken in de ‘honingraat’ zijn opgevuld met kapstok en staande klok. Het levert een prachtig totaalshot op, ieder opgesloten in het hokje van de eigen geloofsovertuiging, terwijl ze tegelijkertijd samen één bouwwerk vormen. En misschien stapten er in het heetst van het debat ook wel mensen uit hun hokje, hoewel je dat natuurlijk niet moet doen als je op de derde etage zit.

Het lijkt erop dat er in seizoen 1968-1969 een ander, veel eenvoudiger decor komt. Op de foto’s uit het archief van Beeld en Geluid (gemaakt op 21 november 1968) is een klein hoekje met industrieel ogende decorschotten waarop uitvergrootte Bijbelse (Adam en Eva bij de boom met slang) en wetenschappelijke (van aap tot mens) prenten zijn bevestigd. Van wie dit decor is en waarom de ‘honingraat’ verdween is mij niet bekend, misschien waren er te veel gasten met hoogtevrees.

Bron: Het Vrije Volk van 26 september 1967. Koninklijke bibliotheek

Bron: Het Vrije Volk van 26 september 1967. Koninklijke bibliotheek

 

Eigentijds: Van A tot Z (NTS, 2 april 1969)
Regie Jan Venema en Izzy Abrahami

Van A tot Z is een ambitieuze televisiebewerking van het gelijknamig boek van Rebecca Pass. In het poëtische boek verklaren de leestekens zich onafhankelijk, de letters en woorden in verwarring achter latend in een wereld zonder regels en structuur. Jan Venema en Izzy Abrahami bewerkten dit gegeven voor televisie met een collage van disciplines (om. dans, typografie, literatuur) en technieken (om. decor, animatie, film, grafiek) tot een kunstzinnig geheel. Bruno Maderna componeerde de muziek en teksten. Het is geen verhalende maar een associatieve vorm, zo legt Jan Venema, initiatiefnemer van de NTS serie Eigentijds waarbinnen het programma uitgezonden wordt, uit in de inleiding. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat de kijker een eigen interpretatie van het verhaal kan vormen, zoals ook de makers dat deden ten opzichte van het boek van Pass.

De belangrijkste toevoeging van de makers zijn de spelers/dansers en daarmee voegen de makers een extra betekenislaag toe aan het relaas van de leestekens en letters. De dansers/spelers zijn aangekleed als ‘prototypes’. Voor de mannen zijn dat de types soldaat, hippe vogel, priester, koning, admiraal, dichter, harlekijn. De vrouwenrollen zijn bruid, meisje (vormt een setje met de hippe vogel) en prostituee (er is nog een vrouwelijke danseres, zij is niet omschreven als prototype, maar lijkt de rol van verteller te hebben). De prototype identiteit uit zich niet zo sterk in gedrag, maar met name in de kleding. Op verschillende momenten verkleedt de groep zich van hun individuele prototype kostuums naar een wit nauwsluitend uniform. Je kan daar gemakkelijk een analogie in zien met emancipatiebewegingen en democratiseringsprocessen in de samenleving die eind jaren zestig opspelen.

Ook de vorm is actueel. Het spel is deels in de studio opgenomen waar de dansers/spelers zich bewegen tussen levensgrote letters- sommige met licht erin-, een maquette van letters, twee projectieschermen met studio beelden of animaties. Daarbij worden animaties, filmbeelden en illustraties gekeyed of ge-superimposed en draait de helderheid soms om, zodat alles wat wit was zwart wordt. Er is veel interactie van spelers met het decor en de trucages, ze tillen letters rond, achtervolgen geprojecteerde zinnen, rijden met letters door de stad, dansen in illustraties en in een stad van letters (de maquette). Volgens Jan Venema is dit de richting waarin televisie zich moet ontwikkelen. In plaats van bestaande kunstvormen te imiteren, moet televisie door middel van montage juist verschillende kunstvormen samenvoegen. De afbeeldingen hierboven en beneden doen uiteraard geen recht aan de bewegende beelden, maar Venema’s opgave is bij deze productie heel goed gelukt.

 

Rust noch duur (KRO, 1969-1971)
Regie Eric Herfts
Zie voor foto’s: in.beeldengeluid.nl/rustnochduur

Rust noch duur is geschreven door Guus Vleugel voor een sterrencast bestaande uit Jasperina de Jong, Eric Herfst en Sylvia de Leur. Herfst en De Jong, in werkelijk ook getrouwd, spelen het echtpaar Millie en Thomas Vink en De Leur speelt schoonzus Martha. Sommige scenes zijn uit het leven van De Jong en Herfst gegrepen vertelt het echtpaar aan Henk van der Meyden van de Telegraaf (3-7-1969). Als Millie in de serie aan het studeren is voor deelname aan een tv-quiz, heeft het huiselijk leven daar zwaar onder te lijden. Thomas kan nog geen kop koffie pakken of Millie schreeuwt om stilte. Zo is dat thuis ook als De Jong zich voorbereidt op een rol of show, vertelt Herfst aan Van der Meyden. De Jong wordt in dit interview afgeschilderd als een moeilijke, jaloerse en prikkelbare vrouw. Maar, ze komen na een ruzie altijd weer tot elkaar, zegt Herfst en zo is dat in Rust noch duur ook.

Scenarist Guus Vleugel’s idee was een serie te maken over de moderne jonge vrouw, zo vertelt hij in hetzelfde stuk aan Van der Meyden: “de moderne jonge vrouw die het beu is de hele dag in haar flatje te zitten en eruit wil. Dat is namelijk een gevoel dat op het ogenblik veel vrouwen hebben en dat leek ons een aardig idee voor een strip. En Jasperina zelf is in feite ook zo’n vrouwtje van deze tijd.” Vrouwtje, het staat er echt. Maar we hebben het dan ook over een tijd waar het heel gewoon is dat een vrouw na het huwelijk stopt met werken en dus inderdaad de hele dag in haar flatje zit, met of zonder kinderen, maar in ieder geval met de afwas en de strijk.

In de gevallen dat een vrouw wel werkt, zoals Jasperina de Jong bijvoorbeeld die naast haar rol in de Rust noch duur in de avonden in theaters staat, is het concept van een gelijke verdeling van huishoudelijke taken nog erg onbekend. Als Van der Meyden De Jong vraagt of zij vindt dat man en vrouw gelijk moeten zijn in een huwelijk, antwoordt ze: “Vroeger dacht ik, dat is waanzin, maar toen we getrouwd waren, zei Eric op een keer: ik doe de afwas, jij hebt het vandaag zo druk gehad. (…) Maar denk niet dat Eric me altijd mijn gang laat gaan, ik heb bij hem niets te zeggen, hij heeft een enorm overwicht op mij.” En het wordt ineens duidelijk waarom De Jong thuis zo prikkelbaar is.

De televisie recensenten hebben ook nog wat moeite met de moderne jonge vrouw waar De Jong in de serie gestalte aan geeft. Millie Vink is geen sympathieke vrouw, en daar is het volgens Nico Scheepmaker aan te wijten dat Rust noch duur, ondanks sterrencast, geen succes is. In de woorden van Guus Vleugel zelf is Millie: “een progressieve, neofiele en vrijwel volmaakte humorloze burgerjuffrouw.” Wie zal zich met zo’n mens willen vereenzelvigen, vraagt Scheepmaker zich af. “Martha daarentegen, is ook een burgerjuffrouw, maar wel vriendelijk en mist de haaibaaierigheid van haar schoonzuster Millie”, aldus Scheepmaker (Het Vrije Volk, 6-4-1970). Nu zijn er zat populaire series te noemen met onuitstaanbare mannelijke hoofdrolspelers, maar voor vrouwen was dat destijds blijkbaar nog een brug te ver. Helemaal leuk natuurlijk die emancipatie, zolang de vrouwtjes maar vriendelijk glimlachend de afwas blijven doen.

Wat zou Els Salomons, die de decors voor deze serie ontwierp, van Millie, Thomas en Martha Vink hebben gevonden? Salomons was haar tijd – en Rust noch duur – ver vooruit; ze had een goede baan, woonde zelfstandig, aan bewonderaars geen gebrek, maar nooit getrouwd. Wat haar voormalig collega’s mij vertellen is dat Salomons nogal uitgesproken in haar antipathieën kon zijn, maar dat ze tegelijkertijd het middelpunt van het sociale leven van de afdeling decorontwerp was. Ze organiseerde vele borrels en feesten bij haar thuis in ‘s Graveland en de kinderen van haar collega’s waren dol op haar (zie ook hieronder). Uitgesproken, geëmancipeerd en tóch geliefd, het bestond dus al wel in 1969. Had Guus Vleugel voor het scenario van Rust noch duur maar wat meer inspiratie aan Els Salomons opgedaan.

 

1971: Regiecursus Xandra van Baarle (maart 1971)

Decorontwerp van Els Salomons voor een productie in het kader van de regiecursus van Xandra van Baarle, 22 maart 1971. Collectie erven Van Baarle

‘Hoe is het met Els Salomons? was zo’n beetje het eerste wat Xandra, de dochter van Nic van Baarle, me vroeg toen ik bij haar op bezoek was. Diezelfde dag is Salomons overleden, maar dat wisten wij toen nog niet. Xandra haalde warme herinneringen op aan Salomons en de bezoekjes aan haar huis in ‘s Graveland. Salomons maakte collages met snoeppapiertjes die door Xandra – en waarschijnlijk ook andere ontwerperskinderen – met veel plezier gespaard werden. ‘Ik moest dus van haar snoepen’ zei Xandra en zoiets is natuurlijk geen straf.

Jaren later, in 1971, volgt Xandra de regiecursus bij Opleidingscentrum Santbergen. Salomons ontwerpt hiervoor het decor en gelukkig is de tekening bewaard gebleven. De titel kan ik niet achterhalen, het was volgens Xandra een gedramatiseerde documentaire over splinterpartijen. Op bovenstaande tekening de kamer van Douwe Trant, wat een pseudoniem was van Rinus Ferdinandusse in de Vrij Nederland.