De waaier

Via Marjolein Sligte zijn een aantal tekeningen van Hans Christiaan van Langeveld uit 1977 naar boven gekomen. Het gaat kostuumontwerpen voor een theateruitvoering van De waaier uit 1977.

Actrice Marjolein Sligte kwam in bezit van deze tekeningen na het overlijden van Erik Milo. Zij had begin jaren tachtig samengewerkt met deze liedjesschrijver in het Amsterdamse theater-restaurant De Koopermoolen waar zij originele musicals opvoerden. Milo schreef de liedteksten die door hemzelf, Sligte en een klein aantal andere acteurs/zangers op toneel gebracht werden. Ze verloren elkaar daarna uit het oog en in de tussentijd kreeg Milo een relatie met Hans Christiaan van Langeveld.

Van Langeveld had in 1964 ontslag genomen als decorontwerper bij de NTS om in Engeland zijn geluk te beproeven,  maar sinds 1977 woonde en werkte hij weer in Nederland als decor- en kostuumontwerper voor theater. Hij heeft toen de artiestennaam Hans Christiaan aangenomen.

In 1988 kwam Sligte opnieuw in contact met Milo bij de musical Better TimeS (Pieter Kruidhof producties) waar zij beide een rol in speelden. Hans Christiaan was verantwoordelijk voor het decorontwerp. Dit zou het laatste project zijn voor Hans Christiaan die in 1989 overleed. Sligte onderhield daarna veel contact met Milo en verzorgde hem tot zijn dood in 1991. Zodoende kreeg zij deze tekeningen van Hans Christiaan in bezit.

De waaier (Il Ventaglio) is een achttiende-eeuwse komische opera geschreven door Carlo Goldoni. Het speelt op het dorpsplein van een klein dorp in de omgeving van Milaan, Italië, waar een waaier een opeenstapeling van misverstanden veroorzaakt tussen de verschillende geliefden. In 1977 heeft de Haagse Comedie dit stuk op toneel gebracht onder regie van Guido de Moor.

Eric van Ingen en Geert de Jong in De Waaier (1977). Bron: De Telegraaf, 9-9-1977

Eric van Ingen en Geert de Jong in De Waaier (1977). Bron: De Telegraaf, 9-9-1977

Hans Christiaan ontwierp naast de kostuums ook het decor, maar daar is helaas geen tekening van bewaard gebleven. De recensies uit de Nederlandse dagbladen zijn lovend, ook over het decor. De Telegraaf schrijft: “Decor en aankleding waren al bij het begin aanleiding voor een open doekje en terecht. Beide zagen er prachtig uit en sloten perfect aan bij de realistische regie-opvatting van Guido de Moor, zodat het kijkgenot nog in aanzienlijke mate verhoogd werd.” (9-9-1977)

ESF 2016

Het Eurovisie Songfestival staat altijd garant voor een avond bijzondere televisie. Meer nog dan de liedjes, steelt de uitzinnige presentatie de show. Het decorontwerp is van Frida Arvidsson en Viktor Brattström die tevens het decor van 2013 ontwierpen. Dat vond ik een prachtig sprookjesachtig ontwerp, met name door de lichtgevende elementen die als een soort vuurvliegjes door het hele stadion leken te vliegen.

Hun decor voor 2016 is erg anders, veel strakker en killer. Het past daardoor ook niet zo goed bij het grafische thema. De organische, zachte vormen van de paardenbloem botsen met de scherpe vormen in het decor. Misschien was dat een reactie op de vormgeving van vorig jaar, waar decor en de grafische laag juist identiek waren.

Los van de vraag of de discrepantie van decor en grafisch erg is, valt het überhaubt op? Het decor is van zichzelf erg vol en druk, met veel lagen en hoekjes. Tel daar nog bij op de lichtshow, vuurwerk, regie effecten, technische snufjes, videovloer en props waarmee de individuele liedjes aangekleed worden en je hebt nauwelijks meer in de gaten dat de show uit één decor komt. Wat dat betreft is een decor met een simpelere basisvorm, zoals in 2015 het geval was, beter herkenbaar.

Deze ontwikkeling is al langer aan de gang. Landen hebben veel meer inspraak gekregen in de manier waarop hun lied in beeld wordt gebracht en nemen hun eigen regisseur, licht-, grafisch en set ontwerpers mee. Roland de Groot vertelde me een mooie anecdote over het Songfestival 1984 waarvoor hij in een Luxemburgs theater het decor ontwierp. Hij ontwierp een groot aantal lichtbakken die als hangstukken voor elk lied een andere compositie vormde, soms ook met bewegingen tijdens het lied. Een van de deelnemende zangeressen droeg bij de repetities een rode jurk en dat paste goed bij het rode accent wat De Groot bij het changement voor het nummer had bedacht. Maar tijdens de generale repetitie besluit ze dat die rode jurk haar niet bevalt, en ze komt op in het groen. De Groot maakt bezwaar en er wordt halsoverkop een nieuwe rode jurk ingevlogen. Zoiets zouden de decorontwerpers anno nu niet hoeven te proberen. Het decor voegt zich volledig naar de wensen van de optredende artiest en zijn/haar creatieve team.

Die gepersonaliseerde aanpak heeft voordelen en kan goed uitpakken. Er zitten ook dit jaar wederom hele bijzondere acts (de term ‘liedjes’ dekt de lading eigenlijk al lang niet meer) tussen. Maar toch, de essentie van het Songfestival, zoals ook de slogan ‘Come together’ beaamt, is dat een het live-event is waar alle deelnemers op één plek samenkomen. Als je dat als kijker niet of nauwelijks in de gaten hebt – omdat het lijkt alsof elk nummer uit een ander decor of zelfs stadion lijkt te komen – dan gaat die essentie wel een beetje verloren.

Doet dat af aan het kijkplezier? Voor mij niet, het Songfestival blijft een hoogtepuntje voor televisieliefhebbers. Ook als straks dankzij augmented reality elk land een compleet eigen decor kan aanleveren en er van een gedeeld decor helemaal geen sprake meer is. John de Mol mocht er van de week bij Pauw al smakelijk over vertellen. Ik ga met veel plezier kijken zaterdag en blijf hopen dat Nederland nog eens de kans krijgt zo’n hoogtepunt kunnen organiseren. #teamdouwe

to do: zomertentoonstellingen

De zomer van Drupsteen – Hilversum & Enschede
Dit weekend gaat ‘De zomer van Jaap Drupsteen’ van start. Zaterdag opent een overzichtstentoonstelling in Museum Hilversum, maar vooral in Enschede dreigt het zeer bijzonder te gaan worden. Daar is vanaf zondag voor het eerst een kolossaal nieuw werk van Drupsteen, door Fay Lovsky eens ‘The rythm painter’ genoemd, te zien, dat als volgt omschreven wordt: “Stel je een ruimte voor van ruim 400 vierkante meter met daarin twaalf kolossale, op wanden geprojecteerde, abstracte beelden. Licht hypnotiserende abstracties die zich blijven ontwikkelen. De beelden pulseren mee op het ritme van zeven verschillende muziekstromen die gesynchroniseerd zijn op één tempo. Beeld en muziek vloeien samen tot één sublieme ervaring, ofwel Synchresis. Het beeld swingt, net als de muziek.” Daarnaast is er deze hele zomer in Enschede een uitgebreid randprogramma met optredens en presentaties. Meer informatie en het programma vind je op Rijksmuseumtwenthe.nl

Karel Appel: De Opera – COBRA (tot 18 mei)
Appel ontwierp begin jaren negentig op uitnodiging van Pierre Audi een aantal malen decor en kostuums voor De Nationale Opera. De decorstukken die in deze uitvoeringen zijn gebruikt zijn tot en met 18 mei te zien bij Cobra in Amstelveen. Meer informatie en foto’s bij NRC.

Wonen in de Amsterdamse school – Stedelijk Museum (tot 28 augustus)
Bij het Stedelijk Museum is afgelopen week een bezoek-waardige tentoonstelling geopend over de Amsterdamse School. De nadruk ligt op meubel- en interieurontwerp, maar er zijn ook een aantal stukken te zien uit de collectie van het TheaterInstituut (nu Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam), zoals maskers van Hildo Krop en theaterdecorontwerpen van H. Th. Wijdeveld. De stukken en informatie daarover staan ook online op de site van de Theatercollectie.

Curtain up – V&A Londen (tot 31 aug 2016)
In deze tentoonstelling aandacht voor de twee bekendste theaterdistricten, Londens West End en New Yorks Broadway. De tentoonstelling is ontworpen door Tom Piper en RFK Arcitects en belooft een kijkje achter de schermen bij alle aspecten van een theaterproductie. Veel kostuums, decorontwerpen, maquettes, foto’s en films te zien dus van wereldberoemde shows als The Phantom of the Opera (link naar kostuumontwerp Phantom van Maria Bjornson) tot The Lion King. Vanaf oktober is de tentoonstelling te zien in de New York Public Library.

Revolution of the Eye – diverse lokaties VS
Deze tentoonstelling toont kruisbestuiving tussen moderne kunststromingen en de bloei van de Amerikaanse televisie in de vroege jaren vijftig. Televisiepioniers en de kunstwereld stonden in die tijd dichter bij elkaar dan nu, ook in Nederland trouwens. Tot 31 july 2016 staat deze reizende expo in Addisson Gallery of American Art in Andover, Massachusetts. Niet echt om de hoek, maar gelukkig is er een mooie catalogus verkrijgbaar via Bol.com.

Meer groente

Voedingsadviezen zijn van alle tijden. In het archief van Roland de Groot vind ik deze filmstills uit een animatiefilm van het productschap voor groente en fruit. De film is gemaakt bij Toonder Studio’s, waar De Groot dan als freelancer werkt, en vertoond op de landbouwtentoonstelling van 1961 in Rotterdam. Groenten en fruit hebben de hoofdrol en zo hoort het ook volgens de nieuwste schijf van vijf die het Voedingscentrum gisteren lanceerde.

Notulen: de eerste assistenten van Peter Zwart

De notulen van de Nederlandse Televisie Stichting zijn in te zien bij het Nationaal Archief in Den Haag. Het is tamelijk droge materie en ik krijg wel een beetje medelijden met de bestuursleden die met uiterste zorgvuldigheid moeten navigeren tussen de belangen met de Nederlandse Bond voor Toonkunstenaars, de PTT, NOZEMA, de BUMA, de Nederlandse Radio Unie, Nederlandse Vereniging van Toneelspelers, het ministerie van OK&W, het KNMI, de Bioscoopbond, de KNVB, Philips en niet in de laatste plaats de belangen van hun eigen omroepverenigingen. Maar heel soms gaat het ook even over de NTS en de NTS-ers.

Zo zijn er een aantal nieuwe namen naar boven gekomen van de allereerste medewerkers van de afdeling Decor. Het gaat om een aantal assistenten van Peter Zwart die allen maar zeer kort in dienst zijn geweest. Ik stel ze hier voor op basis van de informatie uit de notulen van het Dagelijks Bestuur, en misschien komt er langs deze weg nog nieuwe informatie over deze mensen naar voren.

De heer Mulders
Op 31 juli 1952 komt Peter Zwart in dienst bij de NTS, in de notulen staat dat tegelijkertijd de heer Mulders als zijn assistent is aangesteld. Het is niet bekend hoe Mulders bij de televisie of bij Zwart terecht is gekomen. Erg lang duurt zijn aanstelling niet want in september is men al op zoek naar vervanging.

De heer Hafmans
Hafmans solliciteert in september 1952 op de vrijgekomen vacature. Ook van hem is niets bekend. Hafmans houdt de eer aan zichzelf en trekt zijn sollicitatie weer in; de werkkring lijkt hem te zwaar. Hierna komt Peter Zwart zelf met een aanbeveling: Jan Pet.

Jan Pet
Peter Zwart kende hem vermoedelijk op een of andere manier alvoor hij hem bij het bestuur aanbeveelt als zijn assistent. Rengelink nodigt Pet uit en bevindt hem geschikt voor de fuctie. Op 18 oktober 1952 besluit het Dagelijks Bestuur Pet in dienst te nemen met twee maanden proeftijd. Die doorstaat hij goed en per 1 januari 1953 krijgt hij een vast contract. Jac Hey, die tot die tijd altijd als freelancer werkte, komt op dat moment eveneens in vaste dienst. Uit de notulen blijkt verder dat Pet ergens voor 2 februari 1954 getrouwd is, hij bedankt het Dagelijks Bestuur voor hun belangstelling daarbij.

Mei 1954 of eerder wordt Pet ziek. Hij krijgt een fruitmand van het Dagelijks Bestuur. Aanvankelijk lijkt het een ontsteking in de rug, maar het blijkt huidkanker te zijn. De behandelend arts in Utrecht adviseert hem om zo snel mogelijk naar de Universiteitskliniek in Bonn af te reizen voor verdergaande behandeling. Pet vertrekt naar Bonn en verzuimt dit te melden aan het Personeelsfonds waardoor hij officieel de kosten niet vergoed kan krijgen. In de vergadering van 11 februari 1954 doen de bestuursleden hun best een oplossing te vinden. Men besluit een derde van alle verpleegkosten te betalen. In juni 1955 verblijft Pet in China, uit de brief die hij naar zijn NTS-collega’s stuurt blijkt dat hij nog hoop op genezing koestert. Hij schrijft dat hij ‘graag gauw weer terug in Bussum wil zijn’.

R.G. van Midden
Van Midden komt eind januari als jongste assistent bij de decorafdeling van Zwart. Van Midden is op dat moment 16 jaar en hij verdient 16 gulden per week. Ter vergelijking: Pet en Hey verdienen ongeveer 80 gulden per week. In februari 1954 laat Van Midden bij de uitbetaling van zijn salaris aan de personeelsfunctionaris weten dat dit zijn laatste salaris is. Zwart heeft hem gezegd ontslag te nemen omdat hij niet voldoet. De personeelsfunctionaris acht de gang van zaken onjuist, omdat Zwart hem eerst op de hoogte had moeten brengen. De kwestie wordt onderzocht, maar komt later in de notulen niet meer terug.

Waarschijnlijk is dit een portret van R.G. van Midden

Waarschijnlijk is dit een portret van R.G. van Midden

Van Midden wordt niet oud. September 1957 raakt hij samen met Egbert Schafer, zijn buurjongen uit de Planetenstraat in Hilversum, vermist in de Grossvenediger bergen tijdens een sneeuwstorm. Een groep Nederlandse klimmers had ze nog gewaarschuwd, maar de jongens gingen door. Enkele dagen later worden ze doodgevroren gevonden in een half afgemaakte ijshut samen met een eveneens vermiste Duitse douanebeambte. De krantenberichten die over het ongeval schrijven melden dat Van Midden bouwkunde studeerde.

Glorietijd van de spelshows

NTR geschiedenisprogramma Andere Tijden besteedt aankomende zaterdag de uitzending aan spelshows. Roland de Groot is een van de geïnterviewden, verder spraken de makers met Fred Oster (showmaster), Hans Peters (producent Sterrenshow), Maurice Koopman (VARA-televisiedirecteur), Cees den Daas (TROS-directeur) en Joop van den Ende (producent en studio-eigenaar 1-2-3- show). Op de site van Andere Tijden zijn nog aanvullende fragmenten, artikelen en foto’s te zien: De hoofdprijs… spelshows!

En hier een overzicht van decortekeningen en foto’s van de programma’s in kwestie die tijdens mijn onderzoek naar de voormalige decorafdeling zijn gedigitaliseerd. Indien bekend staan uitzenddata in de beschrijving.

De Willem Ruis Lotto show (VARA 1981-1984)
Decor: Hub Berkers

1-2-3 show (KRO 1983-1986)
Decor: Roland de Groot

Showbizzquiz (TROS 1978-1985)
Decor: Frank Rosen

(in het boek Vorm van vermaak abusievelijk toegeschreven aan Roland de Groot)

Showbizzquiz (TROS 1985)
Decor: Roland de Groot 

Sterrenshow (VARA 1984-1986)
Decor: Hub Berkers

 

Opgelost: 1956 Wie is deze man?

56-04 ambachtsschool (3)Het houdt me al een groot deel van de dag bezig en daarom gooi ik het maar even in de groep. Wie is deze man die in 1956 op de afdeling Decorontwerp werkt?

Ik kom hem in 1956 twee keer tegen, maar anders dan dat… geen spoor. De eerste keer is op een foto (gepubliceerd in het NTS jaarverslag van 1956) die in april gemaakt is, vlak na de verhuizing naar de eerste etage van de Ambachtsschool in Bussum. Daarom zijn de wandjes en bureau’s op de foto nog maagdelijk leeg. Aan de linkerkant langs de ramen zitten Cor Hermeler, Jan van der Does, Fokke Duetz en in de hoek is het kantoor van Peter Zwart. De laatste twee ontwerpers zijn druk in overleg met een regisseur. Mocht je de regisseurs herkennen dan krijg je een pluim, maar ik ben vooral benieuwd naar de man die aan de rechterkant achter het tussenwandje zit. Het is een man met donker haar, een bril met donker montuur, een ovaal en een beetje een plat gezicht.

Bron: NTS jaarverslag 1956

Bron: NTS jaarverslag 1956

Het is zeer waarschijnlijk dezelfde man die ook in de NTS julieumfilm Wij zijn vijf te zien is. De opnames hiervoor zijn iets later dan de foto hierboven, het bureautje is inmiddels voller met stapels en attributen. Jan van der Does is vanwege het vervullen van dienstplicht afwezig, en dus zijn Cor Hermeler en de onbekende man een stukje opgeschoven. Het lijkt dezelfde man te zijn; donker haar en een bril. Hij staat gebogen over een titelrol.

Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956), Collectie Beeld en Geluid

Wij zijn vijf (NTS, 2-10-1956), Collectie Beeld en Geluid

Ik geef een aantal verschillende opties:

  1. Het is Ger van Essen. Er is enige gelijkenis, maar Van Essen draagt geen bril en begon vermoedelijk pas in oktober 1957
  2. Het is Hans Moolenaar. Ik ken maar één foto van Hans Moolenaar en daarop draagt hij bijna niets, ook geen bril. Zijn gezicht lijkt in ieder geval veel ronder dan van de man op bovenstaande foto’s, maar ik kan het natuurlijk mis hebben. Ik weet niet precies wanneer Moolenaar begon, dat is mogelijk eerder dan Ger van Essen geweest. Moolenaar trad 1 maart 1956, ca 1 maand voor de verhuizing naar de Ambachtsschool, in dienst bij de NTS als aankomend grafisch tekenaar. Het is dus vrijwel zeker dat hij de man is die op bovenstaande foto en film staat.
  3. Het is Otto Dicke. Dicke illustreerde in de jaren vijftig voor de VARA gids en uit de audiovisuele catalogus van Beeld en Geluid blijkt dat hij begin jaren zestig met enige regelmaat als illustrator aan programma’s werkte. Hij heeft dus een connectie met de omroep, misschien werkte hij in 1956 als freelance illustrator/graficus bij de NTS? Ver gezocht wellicht, maar zeker op de eerste foto is er gelijkenis. Probleem: Dicke woonde zijn hele leven in Dordrecht.
  4. Het is Jan Pet. Probleem: Pet is waarschijnlijk al eind 1955 of begin 1956 overleden, hij verblijft dan in ieder geval in een verpleegtehuis in Bonn. Bovendien draag Jan Pet geen bril en heeft hij aanzienlijk minder haar. Het is tot slot onwaarschijnlijk dat hij zich met grafisch werk (de titelrol) bezig hield, gezien het feit dat hij al vanaf oktober 1952 Peter Zwart assisteerde in het decorgebeuren.
  5. Het is iemand anders.

Laat je suggestie of reactie achter onder dit bericht!

NOStalgie

In verband met het jubilerende NOS journaal, Het oog op morgen en Jeugdjournaal organiseert de NOS aanstaande zondag 10 januari het Festival van het nieuws. Vooral de presentatie van Barbara Walet (chef regie) en Dennis Sibeijn (ontwerper) over de vormgeving van het journaal door de jaren heen is interessant (van 12:00 – 12:45 zaal 2 bij B&G). Let op, want je moet je hiervoor inschrijven!

Op dit blog is daar natuurlijk ook het een en ander over te vinden, zie bijvoorbeeld het stuk over de eerste journaalleader hieronder, of een van onderstaande blogposts:

Nog even over de eerste journaalleader

Het NOS journaal viert haar 60-jarig jubileum. Op de NOS site en op televisie zijn deze week verschillende terugblikken en artikelen te zien. Kijk bijvoorbeeld hier de aflevering van De reuni (KRO, 3-1-2016) terug waarin componist Stephen Emmer vertelt over de journaal-tune en waarin Patrick Lodiers de originele ‘journaal-gong’ een lel geeft.

Helaas mocht dat niet bij de opening van de tentoonstelling Show me the news die ik voor Museum Hilversum bedacht en samenstelde. Misschien had ik iets harder aan moeten dringen bij de conservator van het Tropenmuseum die de gong in bruikleen gaf… Maar ik was eigenlijk al blij dat hij überhaubt gevonden was. Want dat dit muziekinstrument jarenlang het herkenningsgeluid voor het journaal dienst had gedaan (niet de gong zelf natuurlijk, maar een geluidsopname op plaat), stond natuurlijk nergens in hun catalogus vermeld.

Gelukkig wist de conservator nog iemand op te sporen die in 1995 had geholpen toen Stephen Emmer, Geert van Ooijen (grafisch ontwerp) en Dirk Debou (decor) de ‘come-back van de gong’ als adagium van de nieuwe journaal vormgeving kozen en daarvoor het geluid van die oude, orginele journaalgong nodig hadden. De nieuwe opname viel een beetje tegen, er zat volgens Emmer een scheur in de gong, maar hij wist er met wat handigheid weer een indrukwekkend geluid van te maken.

Maar even terug naar die eerste leader. De anecdote over de benen van de balletdanseres die Lodiers aanhaalt, is bekend en kenmerkend voor de moeizame relatie tussen de omroepverenigingen en de journaalredactie: de benen gingen er uit op last van de NCRV en zijn maar één keer uitgezonden. Het waren immers de omroepverenigingen die bepaalden hoe het journaal er uit zag en de NCRV vond blote benen zeer onchristelijk.

Er zijn bij mij wat vraagtekens bij dit mooie verhaal gerezen. Want is het niet vreemd dat de zwemsters, die vlak na de danseres het water induiken en heel wat meer been laten zien, nooit in dit verband genoemd worden? En werd de leader inderdaad direct al na de eerste uitzending aangepast? En hoe zag de beenloze journaalleader er eigenlijk uit?

De notulen van het Dagelijks bestuur van de NTS (Nationaal Archief, Nederlandse Omroepstichting, nummer toegang 2.25.70, inventarisnummer 121) geven iets meer opheldering. Op 10 januari besluit men dat de journaalleader vervangen moet worden en als dat op korte termijn niet mogelijk blijkt, zullen alleen de laatste twee flitsen vervangen worden. De laatste twee flitsen zijn de zwemsters en de koets van Prinsjesdag. Het kan dus mogelijk zijn dat de benen zó aanstootwekkend waren dat ze zoals het verhaal gaat al tussen de eerste uitzending op 5 januari en de bestuursvergadering vijf dagen later zijn gesneuveld. En dat daarna ook nog bezwaren kwamen tegen de zwemsters en het koningshuis die in betreffende vergadering ingebracht zijn. Of is het een foutje en bedoelde men niet de laatste twee flitsen, maar de laatste en de twee-voorlaatste (de balletbenen en de koets)?

Het laatste is het meest waarschijnlijk, want zo snel ging het allemaal niet in de jaren vijftig blijkt wederom uit de bestuursnotulen. Op 19 maart 1956 wordt gemeld dat de nieuwe leader nog dezelfde maand gereed komt. Maar op 23 september 1957, staat het onderwerp opnieuw op de agenda. Het dagelijks bestuur vraagt zich af hoe hoe het met de vorderingen staat voor de nieuwe leader en dringt er op aan dat deze moet nu eindelijk moet worden gerealiseerd. Er is dus tussentijds niets aangepast, zo lijkt het.

De journaalkijkers hebben zo hun eigen problemen met de leader. Ene E. Beffie reageert in De Telegraaf met een ingezonden brief op de polemiek over het wel of niet in beeld komen van de weerman. Een onbelangrijke zaak volgens deze kijker, want de leader is het echte probleem waarvan de kijker verlost moet worden. Het is inmiddels mei 1958 en Beffie schrijft: “Die modderbak stort zijn inhoud nu al maanden lang in mijn huiskamer, ik ben er misselijk van om nog maar te zwijgen van de heren met de camera, de microscoop, het vliegtuig, de Ridderzaal en de badende juffrouwen” (Koninklijke Bibliotheek, De Telegraaf, 28-5-1958).

Geen woord dus over de blote benen, maar de zwemsters (badende juffrouwen) zijn blijkbaar gebleven. Beffie noemt verder ‘de Ridderzaal’ en ‘heren met een camera’ en deze ‘flitsen’ zitten niet in de eerste journaalleader, de enige versie die bewaard is gebleven omdat er een telerecording is gemaakt van die historische allereerste journaaluitzending. Het is dus waarschijnlijk zo gegaan: de blote benen zijn op last van de NCRV vervangen door ‘mannen met camera’ en de koninklijke koets werd op last van een minder koningsgezinde omroepvereniging als bijvoorbeeld de VARA vervangen door beelden van de Ridderzaal. En dat alles is zo eind 1957/begin 1958 gebeurd. Nu maar hopen dat iemand eens de beenloze journaalleader uit het archief opduikt, dan weten het zeker.

Of de brief van E. Beffie er iets mee te maken heeft weet ik niet, maar in de loop van 1958 verdwijnt de leader met de speciaal daarvoor gecomponeerde muziek van Dolf van der Linden. Snelheid en soberheid is het nieuwe mantra want de nieuwe leader duurt maar enkele seconden, toont de programmatitel en als ‘tune’ klinkt alleen nog de gong. Dat deze leader zo kort is lokt geen ingezonden brieven uit, maar wordt achter de schermen wel een probleem als er zo vanaf 1966 af en toe een nieuwslezer in beeld komt. Die nieuwslezer moet namelijk zijn of haar plaatsje in de studio delen met omroepster en bloemstuk van dienst. “Dat was heel hectisch,” herinnert presentator Rien Huizing zich; “zodra de televisieomroepster had aangekondigd dat het Journaal begon, moest ik razendsnel op haar stoel gaan zitten, werd er gauw een wereldbol opgehangen (…)” (Rien Huizing in Iconen van het NOS Achtuurjournaal, 2012). En dat dus allemaal tijdens die ‘boooiiiinnnng’.

Pas eind jaren tachtig begint het journaal zich serieus bezig te houden met presentatie en vormgeving. Het ontwerpen en componeren van de journaalleader en -tune wordt een van de meest prestigieuze en gewilde opdrachten voor ontwerpers en componisten die daar in nauwe samenwerking aan werken. Was dat ook in 1956 al zo? De tune voor het NTS journaal werd gecomponeerd door Dolf van der Linden, een bekende componist en dirigent van wat men destijds ‘lichte muziek’ noemde. Van de journaaltune bestaat nog de bladmuziek met daarbij aantekeningen die mogelijk verwijzen naar de filmfragmenten die men op het oog had. Zo is te lezen: ‘gezin auto’, ‘motorgeronk vliegtuig’ en ‘vertrek vliegtuig’. Er was dus sprake van enige coördinatie tussen de persoon die de filmflitsen koos – vermoedelijk hoofdredacteur Carel Enkelaar, tweede man Roel Renssen en filmcutter Ton Majoor van Multifilm – en de componist om er een mooi op elkaar afgestemd geheel van te maken.

Was daar ook een ontwerper bij betrokken? Het is niet onmogelijk dat Ton Majoor zelf de titelkaarten maakte en bij Multifilm in Haarlem waar hij werkte waren zeker ontwerpers die zo’n animatie konden maken. Een andere mogelijk is dat het grafische werk door iemand van de NTS decorafdeling van Peter Zwart is gedaan. Zwart had in januari 1956 minstens drie mensen onder zich die titelkaarten, grafiek en ‘animations’ konden vervaardigen (Jan Noorda, Cor Hermeler en Jan van der Does) en zelf had hij jaren eerder al herkenningsbeelden gemaakt voor een aantal omroepverenigingen. Tot op heden is er geen storyboard of ontwerptekening opgedoken, dus blijft de ontwerper van de eerste journaalleader onbekend.